ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0048

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 september 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00196
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV-sanctie

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Utrecht die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk had verklaard. Betrokkene had niet binnen de wettelijk gestelde termijn zekerheid gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Ook had betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn hersteld.

De advocaat-generaal maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter op grond van de niet-bestreden vaststelling dat de zekerheid niet was gesteld binnen de termijn. Het hof gaf het openbaar ministerie de aanbeveling om het dossier opnieuw te bestuderen alvorens tot inning van de sanctie over te gaan, met het oog op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Het arrest werd uitgesproken door vice-president Vellinga en griffier Wijma tijdens een openbare zitting op 27 september 2000. De beslissing bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet voldoen aan de vereisten van artikel 11, derde lid, WAHV.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de opgelegde administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00196
27 september 2000
CJIB 28095960
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 22 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt L. Ernst,
wonende te Hattingen (Duitsland).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
L. Ernst heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
3.2. Het hof geeft met het oog op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het openbaar ministerie in overweging alvorens tot inning van de opgelegde sanctie over te gaan het dossier opnieuw te bestuderen ten einde te bezien of inning niet achterwege zou dienen te blijven.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegengoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2000.