ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0052

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 september 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00139
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20d WAHVArt. 26 WAHVArt. 26a WAHVArt. 27 lid 6 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen verzet tegen kennisgeving van verhaal wegens parkeerboete

De betrokkene maakte bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van een kennisgeving van verhaal door de officier van justitie, nadat een administratieve sanctie van 90 gulden was opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op een laad- en losplaats.

De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat de betrokkene geen griffierecht had voldaan. In hoger beroep overhandigde de gemachtigde van de betrokkene een stortingsbewijs waaruit bleek dat het griffierecht alsnog was betaald.

Het hof vernietigde daarop de beschikking van de kantonrechter en behandelde de zaak inhoudelijk. De betrokkene voerde geen gronden aan waarom het verhaal niet mocht plaatsvinden, en het hof vond ook ambtshalve geen reden om het verhaal te weigeren.

Daarom verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde het de kennisgeving van verhaal. De zaak werd niet terugverwezen naar de kantonrechter omwille van doelmatigheid.

Uitkomst: Het verzet tegen de kennisgeving van verhaal wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd.

Uitspraak

WAHV 00/00139
29 september 2000
CJIB 24334529
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Hoorn
van 26 januari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 30 juli 1999 verzonden kennisgeving van verhaal niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 18 september 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Van der Hoek. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde, te weten G.P. Kwakernaat.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft aan zijn beslissing als motivering ten grondslag gelegd - kort gezegd - dat de betrokkene geen griffierecht heeft voldaan, hoewel zij door de griffier in de gelegenheid is gesteld om dit verzuim te herstellen.
3.2. Ter ’s hofs terechtzitting heeft de gemachtigde van de betrokkene een stortingsbewijs overgelegd, waaruit blijkt dat op 23 september 1999 ƒ 170,= is gestort onder vermelding van 'Verzet'.
3.3. De gemachtigde van betrokkene heeft ter ’s hofs terechtzitting verzocht de zaak zo spoedig mogelijk tot een einde te brengen.
3.4. Gelet op het onder 3.2 overwogene is het hof van oordeel dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven en derhalve dient te worden vernietigd. Gezien het verzoek van de gemachtigde van de betrokkene zal het hof de zaak om redenen van doelmatigheid niet terugwijzen naar het kantongerecht, maar doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
3.5. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 90,= opgelegd ter zake van 'parkeren in strijd met parkeerverbod op plaats voor laden en lossen (bord E7)', welke gedraging zou zijn verricht op 3 december 1998 op de Czarinastraat in de gemeente Zaanstad.
3.6. Aangezien geen betaling van de opgelegde sanctie heeft plaatsgevonden, heeft de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 30 juli 1999 een kennisgeving van verhaal verzonden.
3.7. Bij brief van 3 augustus 1999 heeft de betrokkene bezwaar gemaakt tegen het verhaal, welk bezwaar door het kantongerecht is aangemerkt als verzet.
3.8. In haar verzetschrift maakt de betrokkene bezwaren kenbaar tegen de oplegging van de initiële sanctie, terwijl artikel 27, zesde lid, WAHV in verbinding met artikel 26, derde lid, van de WAHV bepaalt, dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de beslissing waarbij de administratieve sanctie werd opgelegd.
3.9. Nu betrokkene, noch in haar beroepschrift bij het hof, noch ter zitting gronden heeft aangevoerd waarom de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden niet tot verhaal had mogen overgaan en het hof ook ambtshalve geen gronden als bovenbedoeld aanwezig acht, zal het verzet ongegrond worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter;
verklaart het verzet ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2000.