ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0060

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
31 oktober 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00119
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 derde lid WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk omdat hij niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie volgens artikel 11, derde lid, WAHV. Betrokkene voerde aan dat hij vanwege zijn financiële situatie niet in staat was het gevraagde bedrag te betalen, waardoor hem de toegang tot de rechter werd onthouden.

Het hof overwoog dat een zekerheidstelling van in totaal 150 gulden in het algemeen geen belemmering vormt voor toegang tot de rechter. De door betrokkene overgelegde financiële gegevens waren onvoldoende om te concluderen dat hem de toegang tot de rechter werd belemmerd, mede omdat de opgegeven kosten niet significant hoger waren dan gebruikelijk en er geen aannemelijkheid was dat aflossingen op schulden werden gedaan.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en hoefde het niet in te gaan op de overige aangevoerde verweren. Het arrest werd uitgesproken op 31 oktober 2000 door mr Vellinga, vice-president van het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid.

Uitspraak

WAHV 00/00119
31 oktober 2000
CJIB 18525640
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Eindhoven
van 19 april 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te[woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 17 oktober 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Dijkstra. De betrokkene is niet verschenen.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.2. De betrokkene heeft zowel bij de kantonrechter als in hoger beroep met een beroep op zijn financiële situatie aangevoerd dat hij niet in staat is het gevraagde bedrag ter zekerheidstelling te betalen en dat hem zodoende de gang naar de onafhankelijke rechter wordt onthouden. Ter staving van die stelling heeft de betrokkene gegevens omtrent zijn financiële positie verstrekt.
3.3. Ervan dient te worden uitgegaan dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter en dat het bij de huidige stand van zaken ervoor moet worden gehouden dat van een zodanige belemmering in ieder geval geen sprake is in geval van de betrokkene in totaal een zekerheidstelling van ƒ 150,-- is verlangd (te weten zoals in de onderhavige zaak een bedrag van ƒ 50,-- en in de zaak met nummer 00/00120, welke zaak gelijktijdig met deze zaak is behandeld, een bedrag van ƒ 100,--). Ook indien de betrokkene op grond van feiten en omstandigheden een beroep doet op financieel onvermogen zal een bedrag van ƒ 150,-- in het algemeen niet in de weg staan aan toegang tot de rechter.
3.4. Het hof is van oordeel dat de door de betrokkene overgelegde gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie niet van dien aard zijn dat in het onderhavige geval gezegd kan worden dat hem de toegang tot de rechter wordt belemmerd, nu de door hem opgegeven kosten basisbehoeften en -voorzieningen betreffen, deze kosten niet aanmerkelijk hoger zijn dan te doen gebruikelijk en de betrokkene voorts niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aflossing betaalt op de door hem opgegeven schulden. Ook overigens zijn van de zijde van de betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat hem in het onderhavige geval de toegang tot de onafhankelijke rechter wordt belemmerd.
3.5. Nu uit het vorenoverwogene volgt, dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, komt het hof niet toe aan de overige door de betrokkene gevoerde verweren. De bestreden beslissing dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 oktober 2000.