ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0070

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 november 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00270
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV-sanctie

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de wettelijk gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie, noch dit verzuim binnen een nader gestelde termijn had hersteld.

Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde van de betrokkene hoger beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden. Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, aangezien de vaststelling van de kantonrechter niet was bestreden en de betrokkene geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot nadere schriftelijke toelichting.

Het hof gaf het openbaar ministerie tevens in overweging om, met het oog op algemene beginselen van behoorlijk bestuur, te onderzoeken of het alsnog overleggen van een huurovereenkomst aanleiding kan geven om de inning van de sanctie achterwege te laten.

De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare zitting op 15 november 2000 door raadsheer Kalsbeek, in aanwezigheid van griffier Bons.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00270
15 november 2000
CJIB 28830703
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 16 augustus 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
3.2. Het hof geeft met het oog op algemene beginselen van behoorlijk bestuur het openbaar ministerie in overweging alvorens tot inning van de opgelegde sanctie over te gaan te bezien of het alsnog overleggen van een huurovereenkomst aanleiding vormt de inning achterwege te laten.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mevrouw Bons, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 november 2000.