ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0072

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 november 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00206
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig betalen administratieve sanctie

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie betreffende een administratieve sanctie. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, van de WAHV gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie en dit verzuim ook niet binnen een nader gestelde termijn had hersteld.

In hoger beroep werd niet betwist dat de betaling niet tijdig was verricht. De betrokkene stelde wel dat hij een brief van 17 februari 2000, waarin hij in de gelegenheid werd gesteld het verzuim te herstellen, niet had ontvangen. Het hof oordeelde dat deze brief was verzonden naar het juiste adres dat de betrokkene zelf had opgegeven en dat er geen aanwijzingen waren dat de brief niet was aangekomen.

Daarom werd de klacht ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Kalsbeek op 29 november 2000.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het niet tijdig betalen van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00206
29 november 2000
CJIB 27563231
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amersfoort
van 30 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
3. Beoordeling.
3.1 In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11,
derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.2 De betrokkene heeft in de nadere toelichting op het beroep gesteld dat hij de brief d.d. 17 februari 2000 van de officier van justitie - zijnde de brief waarin de betrokkene in de gelegenheid is gesteld voormeld verzuim te herstellen - niet heeft ontvangen.
3.3 In het dossier bevindt zich een afschrift van vorenbedoelde brief. De brief is gericht aan de betrokkene met als adres het door hem in zijn beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie opgegeven adres, te weten [adres] te [woonplaats]. Dit adres komt overeen met het adres, opgegeven in het beroepschrift tegen de beslissing van de kantonrechter. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat niet blijkt dat de brief als onbestelbaar is teruggezonden en dat de stukken ook overigens niets inhouden waaruit kan blijken dat deze brief de betrokkene niet heeft bereikt, moet het er voor worden gehouden dat bedoelde brief de betrokkene heeft bereikt. De dienaangaande in hoger beroep opgeworpen klacht is dus ongegrond.
3.4 De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 november 2000.