ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0073
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kalsbeek, mr.
- Wijma, mr.
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van kantonrechter inzake verkeerssanctie
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Apeldoorn, die op 17 juli 2000 het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen niet-ontvankelijk heeft verklaard. De betrokkene, wonende te [woonplaats], heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend, maar de betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
De beoordeling van het gerechtshof richt zich op de vraag of de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was. Het hof stelt vast dat ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) een beroepschrift dat bij de officier van justitie is ingediend, binnen zes weken ter kennis moet worden gebracht aan het kantongerecht, nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie. Het hof wijst erop dat de officier van justitie de indiener moet wijzen op de verplichting tot zekerheidstelling en dat deze binnen twee weken na de mededeling moet plaatsvinden.
Het hof concludeert dat de brieven van de officier van justitie aan de betrokkene niet voldoen aan de wettelijke vereisten van artikel 11, derde lid, WAHV. De brieven vermelden niet dat op grond van een wettelijk voorschrift zekerheid moet worden gesteld en geven geen duidelijke aanvangsdatum voor de termijn van zekerheidstelling. Hierdoor is de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, onjuist. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Apeldoorn voor een nieuwe behandeling, waarbij de kantonrechter een nieuwe termijn moet bepalen voor de zekerheidstelling.
Het arrest is gewezen door mr. Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 november 2000.