ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0074

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 november 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00261
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 6:6 AwbArt. 11 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-stellen zekerheid WAHV

De betrokkene, woonachtig in Duitsland, kreeg een administratieve sanctie opgelegd van 90 gulden op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Hij stelde beroep in bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid.

Het gerechtshof oordeelde dat de betrokkene onvoldoende in de Duitse taal was geïnformeerd over zijn verplichting tot zekerheidstelling, terwijl hij de Nederlandse taal niet voldoende beheerst. Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 6 EVRM Pro) moeten mededelingen aan een betrokkene in een begrijpelijke taal worden gedaan.

Omdat de betrokkene slechts eenmaal in het Duits werd geïnformeerd over de zekerheidstelling, terwijl twee mededelingen vereist zijn, was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling met correcte kennisgeving in het Duits.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met correcte taalmededeling.

Uitspraak

WAHV 00/00261
29 november 2000
CJIB 22600381
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Terneuzen
van 4 juli 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Bij inleidende beschikking is aan de - in Duitsland woonachtige - betrokkene een administratieve sanctie van ƒ90,- opgelegd.
3.2. Tegen de oplegging van die sanctie heeft de betrokkene bij - in de Duitse taal gesteld - beroepschrift beroep ingesteld bij de officier van justitie
De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft de betrokkene bij - eveneens in de Duitse taal gesteld - beroepschrift beroep ingesteld bij de kantonrechter.
3.3. Tot de stukken behoren:
a. Een tweetal in de Nederlandse taal gestelde brieven van de officier van justitie aan de betrokkene, onderscheidenlijk van 26 april 1999 en 22 juli 1999, waarin de betrokkene wordt gewezen op diens verplichting zekerheid te stellen voor de betaling van de opgelegde sanctie;
b. Een naar aanleiding van de beslissing van de kantonrechter d.d. 2 november 1999 in de Duitse taal gestelde brief van de officier van justitie aan de betrokkene van 28 april 2000, waarin de betrokkene wordt gewezen op diens verplichting tot zekerheidstelling.
3.4. Bij de beoordeling van de bestreden beslissing moet het volgende worden vooropgesteld. De in art. 6 EVRM Pro gestelde eis van een eerlijke berechting brengt mee dat schriftelijke mededelingen van het CJIB, de officier van justitie of de griffier van het kantongerecht, gericht aan een betrokkene van wie moet worden aangenomen dat hij de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt en die betrekking hebben op de wettelijke vereisten waaraan moet zijn voldaan wil een door deze op grond van de WAHV ingesteld beroep op de rechter ontvankelijk zijn, moeten worden gedaan in een taal welke die betrokkene redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen.
3.5. Op grond van de parlementaire geschiedenis van het huidige art. 11, derde lid, WAHV moet worden aangenomen, dat ten aanzien van het vereiste van zekerheidstelling art. 6:6 Awb Pro van toepassing is. Het beroep bij het kantongerecht kan dan ook pas niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het niet tijdig voldoen aan de verplichting om zekerheid te stellen als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV als de betrokkene in de gelegenheid is gesteld het verzuim de zekerheid te voldoen te herstellen en hem, na de indiening van het beroepschrift, omtrent die verplichting dus twee maal een mededeling is gedaan.
3.6. In deze zaak moet ervan worden uitgegaan, dat de betrokkene de van de officier van justitie uitgegane berichten door onbekendheid met de Nederlandse taal niet heeft begrepen. Nu, naar volgt uit hetgeen hiervoor onder 3.3 uit de stukken is weergegeven, de betrokkene slechts éénmaal in de Duitse taal mededeling is gedaan van de verplichting tot zekerheidstelling, vloeit uit hetgeen hiervoor onder 3.5 is overwogen voort, dat de kantonrechter de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. De bestreden beslissing kan derhalve niet in stand blijven.
3.7. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen, waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV Pro kan stellen. Daarvan moet aan de betrokkene door de griffier van het kantongerecht in de Duitse taal mededeling worden gedaan.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Terneuzen ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van
mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 november 2000.