ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0078
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding nabij wegwerkzaamheden
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van ƒ 280 opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid bij wegwerkzaamheden op de N351. Hij erkende de overtreding maar betwistte de strafwaardigheid, met name omdat er volgens hem geen gevaar was en de werkzaamheden in de berm naast het fietspad plaatsvonden.
Het hof overwoog dat het niet vereist is dat er daadwerkelijk werkzaamheden plaatsvinden om een sanctie op te leggen. Ook valt de berm naast het fietspad onder de definitie van de weg zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. De kantonrechter had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, maar het hof stelde vast dat er geen proces-verbaal van de zitting was opgemaakt, wat een wezenlijk vormverzuim inhoudt.
Het gevolg hiervan is nietigheid van het onderzoek ter zitting, waardoor het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigt. Het hof verklaart het beroep echter alsnog ongegrond, waarmee de administratieve sanctie gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de administratieve sanctie gehandhaafd.