ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0080
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Groningen, die het beroep van betrokkene tegen een bestuursstrafbeslissing niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Het hof oordeelde dat de mededelingen van de officier van justitie aan betrokkene niet voldeden aan de wettelijke eisen, omdat de termijn voor zekerheidstelling onjuist was berekend op basis van de datum van de brief in plaats van de verzenddatum.
Daardoor was de niet-ontvankelijkverklaring door de kantonrechter onjuist. Het hof stelde dat de mededeling aan betrokkene duidelijk moet zijn over de verplichting tot zekerheidstelling, het bedrag, de wijze en de termijn daarvan, en dat verwijzing naar de achterzijde van de beschikking niet volstaat.
Het gerechtshof vernietigde daarom de bestreden beslissing en verwees de zaak terug naar de kantonrechter te Groningen met de opdracht een nieuwe termijn voor zekerheidstelling te bepalen en betrokkene daarvan correct in kennis te stellen.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor nieuwe behandeling.