ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0081
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke verkeerssanctie wegens taalbarrière
De betrokkene, woonachtig in Duitsland, kreeg een administratieve sanctie van ƒ60,- opgelegd wegens een verkeersovertreding. Hij stelde bezwaar in bij de officier van justitie in het Duits, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de kantonrechter, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid.
Het hof oordeelt dat de betrokkene de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat de brieven van de officier van justitie over de zekerheidstelling uitsluitend in het Nederlands waren gesteld. Dit is in strijd met het recht op een eerlijke berechting zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro, omdat de betrokkene niet in een voor hem begrijpelijke taal werd geïnformeerd over de vereisten voor ontvankelijkheid.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. De betrokkene heeft inmiddels de zekerheid gesteld nadat hij de Nederlandse stukken had laten vertalen. Het hof benadrukt het belang van begrijpelijke communicatie richting niet-Nederlandstalige betrokkenen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.