ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0085

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens door rood licht rijden ondanks verkeersgevaar

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van ƒ180 wegens het niet stoppen voor rood licht op 19 februari 1999 in Almere. Hij erkende de overtreding, maar voerde aan dat stoppen gevaarlijk zou zijn geweest vanwege een vrachtwagen die hem met hoge snelheid naderde.

Het hof stelde vast dat betrokkene ruim 95 km/u reed en dat het bord met een snelheidslimiet van 70 km/u ongeveer 250 meter voor het verkeerslicht stond. Als betrokkene zich aan deze limiet had gehouden, had hij en de vrachtwagenbestuurder tijdig kunnen stoppen tijdens het gele licht.

Daarom kon het beroep op verkeersveiligheid geen rechtvaardiging of verontschuldiging vormen voor de overtreding. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het door rood licht rijden en wijst het beroep van betrokkene af.

Uitspraak

WAHV 00/00207
20 december 2000
CJIB 25804441
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Lelystad
van 29 mei 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ180,-- opgelegd ter zake van 'niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht', welke gedraging zou zijn verricht op 19 februari 1999 op de Hogering in de gemeente Almere.
3.2. Betrokkene erkent de verboden gedraging te hebben verricht. Hij beroept zich er echter op gezien de omstandigheden de juiste beslissing te hebben genomen. Als hij gestopt zou zijn voor het verkeerslicht zou hij met zekerheid aangereden zijn door een achter hem met dezelfde snelheid rijdende vrachtwagen.
3.3. Op grond van het ter zake opgemaakte ambtsedig proces-verbaal is aannemelijk, dat de betrokkene ten tijde en ter plaatse van de gedraging reed met een snelheid van ruim 95 km/u.
3.4. Wanneer de betrokkene bij het passeren van het bord met de aanduiding 70 kilometer per uur (dat op ongeveer 250 meter voor het verkeerslicht is geplaatst) zijn snelheid tot deze op dat punt toegestane snelheid zou hebben teruggebracht zou hij zowel zichzelf als, - wanneer deze zich inderdaad vlak achter hem heeft bevonden -, de bestuurder van de vrachtwagen in staat hebben gesteld tijdig voor de stopstreep tot stilstand te komen in de periode dat het verkeerslicht geel licht uitstraalde. Hetgeen betrokkene aanvoert kan derhalve noch rechtvaardiging noch verontschuldiging vormen voor de verboden gedraging.
3.5. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
3.6. Het hof acht geen grond aanwezig voor vergoeding van de kosten van betrokkene, zoals door hem verzocht.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2000.