ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0093

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00247T
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet stellen van zekerheid in bestuursstrafzaak

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie, waarbij de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat betrokkene geen zekerheid had gesteld voor betaling van een administratieve sanctie. Het hof beoordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend, ondanks onduidelijke poststempels.

Betrokkene had aangevoerd dat hij financieel niet in staat was zekerheid te stellen vanwege een bijstandsuitkering en lopende schulden met maandelijkse aflossingen. Hij overhandigde een verklaring van de gemeente waaruit zijn uitkeringssituatie bleek.

Het hof oordeelde dat betrokkene de gelegenheid moest krijgen om met bewijsstukken aan te tonen dat hij daadwerkelijk financieel niet in staat was zekerheid te stellen. Daarom werd hem een termijn van drie weken gegeven om deze stukken te overleggen.

De zaak werd behandeld in hoger beroep waarbij betrokkene niet aanwezig was. De advocaat-generaal was wel aanwezig. Het arrest werd uitgesproken op 21 december 2000 door vice-president Vellinga.

Uitkomst: Betrokkene krijgt drie weken de tijd om bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat hij financieel niet in staat is zekerheid te stellen.

Uitspraak

WAHV 00/00247
21 december 2000
CJIB 27786949
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amersfoort
van 12 juli 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk. De betrokkene is niet verschenen.
3. Beoordeling
3.1. De bestreden beslissing is blijkens de daarop geplaatste mededeling op 18 juli 2000 aan de betrokkene toegezonden. Het beroepschrift, gedateerd 29 augustus 2000, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 4 september 2000 ter griffie van het kantongerecht ontvangen. Bij de stukken bevindt zich een afschrift van de envelop, waarin het beroepschrift is verzonden. Derhalve kan worden aangenomen dat de betrokkene het beroepschrift per post heeft verzonden.
3.2. De afstempeling op het afschrift van de envelop is onleesbaar. Nu bij de stukken zich niet de envelop bevindt, waarin die verzending is geschied, kan niet worden vastgesteld op welke datum de afstempeling op het postkantoor heeft plaatsgevonden. De mogelijkheid bestaat dan ook dat het beroepschrift op 29 augustus 2000, dat wil zeggen binnen de beroepstermijn van zes weken, ter post is bezorgd.
3.3. Nu het hof niet kan nagaan op welke datum het beroepschrift ter post is bezorgd, moet het ervoor worden gehouden dat dit voor het einde van de beroepstermijn is gebeurd, zodat het beroepschrift, dat niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen, tijdig is ingediend.
3.4. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de hem gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.5. De betrokkene heeft zowel bij de kantonrechter als in hoger beroep aangevoerd, dat hij niet in staat is om zekerheid te stellen, omdat hij een bijstandsuitkering ontvangt, maandelijks ƒ175,-- aflost van een huurschuld en verder ƒ 89,- per maand van een andere schuld aflost. De betrokkene heeft een schrijven van een medewerker van de gemeente Veenendaal d.d. 24 januari 2000 overgelegd, waaruit blijkt dat hij een uitkering van de gemeente geniet.
3.6. Gelet op hetgeen de betrokkene aanvoert, is het hof van oordeel dat de betrokkene in de gelegenheid moet worden gesteld om door middel van bewijsstukken, bijv. van het bedrag van zijn uitkering, van zijn maandelijkse lasten, van zijn schulden en van het daadwerkelijk aflossen daarop, aan te tonen dat hij financieel niet in staat is om zekerheid te stellen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
stelt de betrokkene in de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van dit arrest door middel van bewijsstukken aan te tonen dat hij financieel niet in staat is om zekerheid te stellen.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2000.