ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0094

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00254
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij bestuursstrafrechtelijke procedure

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie, waarbij de kantonrechter het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze beslissing stelde betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het beroepschrift was echter niet gedateerd en kwam op 11 juli 2000 binnen, terwijl de bestreden beslissing op 19 mei 2000 aan betrokkene was toegezonden. Hierdoor was het beroepschrift niet tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken.

Betrokkene voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege herniaklachten en ADHD, waarvoor hij medicatie kreeg. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen.

Daarom verklaarde het gerechtshof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 00/00254
21 december 2000
CJIB 26127771
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Hilversum
van 19 mei 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2000. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is niet gedateerd. Blijkens een daarop gesteld stempel is het beroepschrift op 11 juli 2000 ter griffie van het kantongerecht ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 19 mei 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb Pro bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. De betrokkene stelt zich op het standpunt, dat in zijn geval er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De betrokkene voert - kort samengevat - aan, dat het hem door omstandigheden is ontschoten tijdig hoger beroep in te stellen. Hij had in de periode waarin hij hoger beroep had moeten instellen nl. herniaklachten. Verder lijdt de betrokkene aan ADHD. In verband hiermee kreeg hij in die periode nieuwe medicijnen, die afgesteld moesten worden.
3.5. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden brengen echter niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is.
3.6. Gelet op het voorgaande dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2000.