ECLI:NL:GHLEE:2001:AA9825
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1997. De inspecteur had op 23 februari 2000 uitspraak gedaan op het bezwaar, maar het beroepschrift van belanghebbende werd pas op 15 mei 2000 ontvangen, buiten de zeswekentermijn. Daarom verklaarde de voorzitter van de belastingkamer het beroep niet-ontvankelijk.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde dat hij pas via een brief van de inspecteur van 19 april 2000 kennis had genomen van de uitspraak. De inspecteur stelde dat belanghebbende uit eerdere brieven op de hoogte had kunnen zijn van het tijdstip van de uitspraak, maar het hof oordeelde dat er geen bewijs was dat de uitspraak tijdig was verzonden of ontvangen.
Het hof overwoog dat de inspecteur het risico draagt van niet of niet tijdig ontvangen van de uitspraak, omdat deze niet aangetekend was verzonden. Er is geen rechtsregel die van belanghebbende verlangt zelf informatie over de uitspraak in te winnen. Daarom is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro, waardoor belanghebbende niet in verzuim was.
Het hof verklaarde het verzet gegrond en herstelde daarmee de ontvankelijkheid van het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997. De uitspraak werd gedaan op 2 februari 2001 door mr Drion namens het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt gegrond verklaard en het beroep wordt ontvankelijk gesteld.