ECLI:NL:GHLEE:2001:AA9991

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
518/00
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Prof. Aardema
  • Mr. Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:15 AwbArt. 8:16 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht afgewezen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2000. De griffier heeft belanghebbende schriftelijk verzocht het griffierecht te betalen, maar betaling bleef uit. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 Awb Pro.

Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde tevens het gehele gerechtshof te wraken wegens vermeende corruptie, zonder dit verzoek te motiveren. Het hof oordeelde dat het verzoek tot wraking niet gespecificeerd noch gemotiveerd was en ging hieraan voorbij.

Het hof concludeerde dat geen sprake was van omstandigheden die het niet betalen van het griffierecht rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 518/00 9 februari 2001
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet, gedaan namens wijlen X te Z, tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 24 november 2000, inzake het beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren van de belastingdienst te Leeuwarden, gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting over het jaar 2000.
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (:Awb) is het bij het hof ingesteld beroep niet_ontvankelijk, indien het verschuldigde griffierecht niet is gestort binnen vier weken, nadat de griffier van het hof degene, die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen.
Vaststaat, dat de griffier de gemachtigde van belanghebbende op het door hem opgegeven adres bij schrijven van 10 juli 2000 en daarna bij aangetekend schrijven d.d. 14 augustus 2000, heeft verzocht het verschuldigde griffierecht te betalen. Aan dit verzoek is geen gevolg gegeven.
Omdat de betaling van het griffierecht is uitgebleven heeft de voorzitter bij voormelde beschikking het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze beschikking is namens belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift, dat is ingediend op 22 december 2000. De schriftelijke reactie van de inspecteur is op 6 januari 2001 ter griffie van het hof ingekomen.
De gemachtigde van belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende beschuldigt in zijn verzetschrift de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden van corruptie. Belanghebbende stelt om die reden geen griffierecht te hebben betaald.
In zijn verzetschrift stelt belanghebbende voorts het gehele gerechtshof te wraken.
Op grond van artikel 8:15 Awb Pro kan een partij elk van de rechters die een zaak behandelen wraken op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van het tweede lid van artikel 8:16 Awb Pro dient dit verzoek te worden gemotiveerd. Belanghebbende motiveert zijn verzoek, anders dan te stellen dat de raadsheren van het gerechtshof Leeuwarden corrupt zijn, niet. Nu het verzoek bovendien is gericht tegen alle leden van gerechtshof, gaat het hof, aan dit in algemene bewoordingen gedane verzoek, als niet gemotiveerd, noch gespecificeerd, voorbij.
Belanghebbende erkent dat hij het griffierecht niet heeft voldaan. Van een situatie als bedoeld in de laatste zin van het tweede lid van artikel 8:41 waarbij Pro redelijkerwijs niet van verzuim kan worden gesproken, is niet gebleken. Derhalve heeft de voorzitter belanghebbende terecht in zijn beroep niet ontvangen.
Op grond van het vorenoverwogene dient te worden beslist als volgt:
Het gerechtshof, uitspraak doende, verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 9 februari 2001 door prof. mr. Aardema, vice_president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in de tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2001 te Leeuwarden door mr. Drion, raadsheer.
Op 14 februari 2001 afschrift aangetekend verzonden aan beide partijen.
De griffier van het gerechtshof te Leeuwarden.