ECLI:NL:GHLEE:2001:AB0622

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
82/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Pruiksma
  • Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 AWRArt. 26c AWRArt. 6:7 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van te laat ingediend beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996

Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1996. De inspecteur deed daarop een uitspraak op het bezwaarschrift, gedagtekend 16 november 2000. Belanghebbende diende vervolgens een beroepschrift in, maar pas op 24 januari 2001, wat buiten de wettelijke termijn van zes weken viel.

De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat hij zich had vergist in de aanslagnummers vanwege lopende geschillen over meerdere jaren.

Het hof oordeelde dat deze vergissing geen verschoonbare reden was voor de te late indiening. Belanghebbende had bij elke uitspraak duidelijke informatie ontvangen over de termijn en wijze van beroep. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het beroep bleef niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsbeschikking wegens te late indiening van het beroepschrift is ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 82/01 16 maart 2001
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 9 februari 2001.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren van de belastingdienst te Leeuwarden (hierna: de inspecteur), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting over het jaar 1996.
Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van de inspecteur binnen zes weken na dagtekening van het afschrift van de uit-spraak in beroep komen bij de rechter tot wiens rechtsgebied de standplaats van de inspecteur behoort.
Vaststaat dat de uitspraak van de inspecteur is gedagtekend 16 november 2000 en het beroepschrift ter post is bezorgd op 24 januari 2001, derhalve niet binnen zes weken na de dagtekening van de uitspraak.
Op grond van het vorenoverwogene heeft de voorzitter bij voormelde beschikking het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze beschikking is belanghebbende tijdig in verzet gekomen, bij een verzetschrift dat is ingekomen op 26 februari 2001.
Belanghebbende heeft niet verzocht om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat zijn hij zijn beroepschrift te laat heeft ingediend omdat hij zich had vergist in de diverse aanslagnummers, daar hij op dat moment over verschillende belastingjaren geschillen had lopen.
Het hof is van oordeel dat, nu belanghebbende geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken, het beroep te laat is ingediend.
Belanghebbende heeft bij elke uitspraak een bijlage ontvangen waarin stond vermeld hoe en binnen welke termijn hij beroep had kunnen instellen.
Een vergissing in het aanslagnummer kan niet als een omstandigheid gelden die een verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zou kunnen opleveren.
Op grond van het vorenoverwogene dient te worden beslist als volgt:
Het gerechtshof, uitspraak doende, verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 16 maart 2001 door mr. Pruiksma, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2001 te Leeuwarden door mr. Drion, raadsheer.
Op 21 maart 2001 afschrift aangetekend verzonden aan beide partijen.
De griffier van het Gerechtshof te Leeuwarden.