ECLI:NL:GHLEE:2001:AB0625
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pachtafstandsvergoeding bij tussentijdse ontbinding pachtovereenkomst en belastingheffing stakingswinst
Belanghebbende werd voor het jaar 1995 aangeslagen in de inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van ƒ 2.829.893,-. De inspecteur had de stakingswinst verhoogd met een pachtafstandsvergoeding van ƒ 1.777.740,- die belanghebbende niet had ontvangen, maar die volgens de inspecteur bij een zakelijke verhouding tussen pachter en verpachter niet mocht ontbreken.
Belanghebbende betwistte deze bijtelling en stelde dat de vergoeding alleen aan zijn moeder als verpachtster toekomt en dat hij daarvoor geen betaling had ontvangen. Ter zitting werd aangevoerd dat zijn moeder afstand had gedaan van haar verpachtersaandeel in het melkquotum ter waarde van circa ƒ 600.000,- als billijke tegenprestatie.
Het hof oordeelde dat belanghebbende bij de tussentijdse ontbinding van de pachtovereenkomst recht had op schadeloosstelling op grond van de Pachtwet en dat het bedrag van ƒ 1.777.740,- terecht bij zijn ondernemingswinst werd gerekend. De berekening van de inspecteur werd bevestigd, mede gelet op taxatierapporten en praktijkgevallen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.