ECLI:NL:GHLEE:2001:AB0936
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over waardegrondslag onroerende-zaakbelastingen wegens ontbreken nieuwe waardebeschikking
Belanghebbende kocht in april 1999 een onroerende zaak voor f.246.500,--. De waardegrondslag voor de onroerende-zaakbelastingen 2000 was vastgesteld op f.238.000,--, gebaseerd op een onherroepelijke waardebeschikking uit 1997 aan de vorige eigenaar. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag vanwege de hoogte van de waardegrondslag, stellende dat deze circa f.160.000,-- zou moeten zijn.
De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar gegrond en stelde de waardegrondslag bij heroverweging vast op f.208.000,--. Belanghebbende ging in beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet afzonderlijk een verzoek tot afgifte van een nieuwe waardebeschikking heeft ingediend, maar dat het bezwaar tegen de aanslag als zodanig ook als verzoek tot nieuwe waardebeschikking moet worden opgevat.
Omdat de heffingsambtenaar nog geen nieuwe waardebeschikking heeft gegeven, is de uitspraak voortijdig gedaan en kan deze niet in stand blijven. Het hof vernietigt de uitspraak en bepaalt dat de heffingsambtenaar eerst een nieuwe waardebeschikking moet geven. Pas nadat deze onherroepelijk is, kan opnieuw uitspraak worden gedaan op het bezwaar tegen de aanslagen.
Verder veroordeelt het hof de gemeente Haren tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder reiskosten van f.25,-- en het griffierecht van f.60,--.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de uitspraak en bepaalt dat de heffingsambtenaar eerst een nieuwe waardebeschikking moet geven.