ECLI:NL:GHLEE:2001:AB0979

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
6 april 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1337/98
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Aardema
  • Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5aa Wet administratieve rechtspraak belastingzakenBesluit proceskosten fiscale procedures
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenvergoeding toegekend aan belastingplichtige na intrekking beroep navorderingsaanslag 1991

Verzoekster was in beroep gekomen tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1991 opgelegd door de inspecteur. Tijdens de procedure heeft de inspecteur volledig aan de bezwaren van verzoekster tegemoetgekomen, waarna verzoekster haar beroep heeft ingetrokken. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het beroep bij het gerechtshof heeft gemaakt.

Het Gerechtshof Leeuwarden heeft op grond van artikel 5aa van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken geoordeeld dat de Staat der Nederlanden veroordeeld moet worden tot een tegemoetkoming in de kosten. De hoogte van deze tegemoetkoming is vastgesteld op f. 532,50 conform het Besluit proceskosten fiscale procedures.

De zaak betreft een samenhangende procedure met een andere zaak tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over hetzelfde jaar. Het vonnis is uitgesproken op 6 april 2001 en aan partijen aangetekend verzonden op 11 april 2001.

Uitkomst: De Staat der Nederlanden is veroordeeld tot een tegemoetkoming in de proceskosten van f. 532,50.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
UITSPRAAK
Nr. 1337/98 6 april 2001
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzoek van X te Z
tot kostenveroordeling van de Staat der Nederlanden in de door hem in verband met de behandeling van het beroep bij het gerechtshof inzake de aan haar opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1991 gemaakte kosten.
Verzoekster is in beroep gekomen tegen de bovenvermelde aan hem door het hoofd van de eenheid ondernemingen van de belastingdienst te Groningen (hierna: de inspecteur) opgelegde navorderingsaanslag.
Bij schrijven van 24 augustus 2000 heeft verzoekster dat beroep ingetrokken, aangezien de inspecteur volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.
Verzoekster heeft bij datzelfde schrijven verzocht de Staat der Nederlanden te veroordelen in de door haar terzake van deze procedure gemaakte kosten in verband met de behandeling van het beroep bij het hof.
De inspecteur heeft -daartoe in de gelegenheid gesteld- op dat verzoek gereageerd bij schrijven van 27 februari 2001.
Op grond van het bepaalde in artikel 5aa van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof grond met betrekking tot de onderwerpelijke procedure de Staat der Nederlanden te veroordelen tot een tegemoetkoming in de door verzoekster terzake van die procedure gemaakte kosten in verband met de behandeling van het beroep bij het hof, welke tegemoetkoming het hof op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten fiscale procedures bepaalt op f. 532,50.
Opmerking verdient in dit verband dat het hier betreft een zogenaamde samenhangende zaak met de zaak van A te Z, BK 1332/98, tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1991.
Het hof, uitspraak doende op het verzoek, veroordeelt de Staat der Nederlanden tot een tegemoetkoming in de door verzoekster in verband met het onderwerpelijke beroep bij het gerechtshof gemaakte kosten, te bepalen op f. 532,50.
Gedaan op 6 april 2001 door prof. mr Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de
griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2001 te Leeuwarden door mr Drion, raadsheer.
Op 11 april 2001 afschrift aangetekend verzonden aan beide partijen.
De griffier van het gerechtshof te Leeuwarden.