ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1159
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Huiskes
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag omzetbelasting wegens interpretatie afspraken privatisering wasserijactiviteiten
Belanghebbende, een fiscale eenheid waaronder D B.V. valt, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de periode 1993-1997 wegens vermeende onjuiste toepassing van afspraken over omzetbelasting bij de overname van wasserijactiviteiten van E.
De kern van het geschil betrof de uitleg van afspraken tussen D, E en de inspecteur over het buiten de heffing van omzetbelasting laten van een bedrag van f.10.000,-- per week aan personeelskosten. Belanghebbende stelde dat dit bedrag een onvoorwaardelijk forfait was, terwijl de inspecteur stelde dat het een maximumbedrag betrof dat alleen betrekking had op extra loonkosten.
Het hof oordeelde dat de juiste uitleg is dat het bedrag een maximum betrof en alleen de extra loonkosten dekt, zoals blijkt uit de brieven van 30 december 1991 en 3 februari 1993. De afwijkende interpretatie van belanghebbende en de brief van 25 september 1992 konden hieraan niet afdoen.
Ook kon belanghebbende zich niet beroepen op een in rechte te beschermen vertrouwen, mede omdat de extra loonkosten aanzienlijk lager waren dan vooraf ingeschat en het boekenonderzoek van 1995 geen aanleiding gaf tot andere conclusies.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.