ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1161

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 april 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/00382
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Huiskes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenHR 27 januari 1993, BNB 1993/112Besluit Staatssecretaris Financiën 16 november 1998 nr. DB98/3753M
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrek eigen bijdrage AWBZ

Belanghebbende, opgenomen in verzorgingstehuis en later verpleegtehuis, betaalde in 1997 een eigen bijdrage AWBZ van f 28.176,--. Bij de aangifte werd dit bedrag verminderd met f 12.000,-- als besparing op huisvesting en voeding opgevoerd als uitgaven ter zake van ziekte. De Inspecteur verleende geen aftrek voor deze eigen bijdrage.

Het geschil betrof de vraag of en in hoeverre de eigen bijdrage AWBZ aftrekbaar is als ziektekosten. Het Hof volgde de Hoge Raad (HR 27 januari 1993, BNB 1993/112) dat de aftrekbare kosten de eigen bijdrage minus een redelijke besparing op huisvesting en voeding omvatten. Omdat belanghebbende de besparingen niet kon specificeren, schatte het Hof deze op f 18.000,-- per jaar.

De Inspecteur had een lagere aftrekpost berekend op basis van een besluit van de Staatssecretaris, maar het Hof verwierp deze methode omdat deze ook besparingen op andere kosten omvatte. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 28.031,-- en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het griffierecht.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 1997 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van f 28.031,-- met aftrek van een redelijke schatting van de eigen bijdrage AWBZ.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 99/00382
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
U I T S P R A A K
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, vierde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van wijlen mevrouw X, te Z, tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren te Groningen van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de haar opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1997.
1. Ontstaan en loop van het geding
De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van f 35.735,--.
Na bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.
Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 19 maart 2001 te Groningen. Aldaar zijn verschenen en gehoord mr. A als gemachtigde van belanghebbende, alsmede de heer B, namens de Inspecteur.
2. Feiten
Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.
2.1. Belanghebbende, geboren op 26 juli 1904 en overleden op 12 december 1999, is in februari 1993 opgenomen in het verzorgingstehuis C te Z en daarna vanaf 21 november 1997 in het verpleegtehuis D te Z. Voor die tijd woonde zij zelfstandig op het adres a-brink 61 te L.
2.2. De financiering van het verzorgingstehuis en die van het verpleegtehuis vielen sinds 1 januari 1997 onder de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). De in 1997 door belanghebbende betaalde eigen bijdrage AWBZ bedroeg
f 28.176,--. In de aangifte over het jaar 1997 merkte belanghebbende dit bedrag, verminderd met f 12.000,-- wegens besparing, aan als uitgaven ter zake van ziekte.
2.3. Bij het vaststellen van de aanslag over het jaar 1997 heeft de Inspecteur ter zake van de eigen bijdrage geen enkele aftrek verleend.
3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
3.1. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of ter bepaling van de uitgaven ter zake van ziekte een deel van de eigen bijdrage in aanmerking kan worden genomen en zo ja, hoe groot dit deel dan is.
3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Zij hebben daaraan ter zitting geen argumenten toegevoegd.
3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag. De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van f 33.965,--.
4. Overwegingen omtrent het geschil
4.1. Ingevolge HR 27 januari 1993 (Nr. 28 644), BNB 1993/112, kan tot de als buitengewone last aftrekbare ziektekosten worden gerekend de eigen bijdrage ingevolge de AWBZ, verminderd met de langs subjectieve weg - dat wil zeggen rekening houdend met de in feite door belanghebbende vóór de opneming in het verpleegtehuis gevolgde levenswijze - bepaalde besparing op haar kosten van huisvesting en voeding die de opneming in het verpleegtehuis meebracht.
Vervolgens geeft de HR aan hoe de huisvestingskosten moeten worden bepaald.
4.2. Aangezien in casu de financiering van het verzorgingstehuis en die van het verpleegtehuis sinds 1 januari 1997 onder de AWBZ vielen is genoemd arrest ook toepasbaar op het verzorgingstehuis.
4.3. Hoe groot de kosten van huisvesting en voeding van belanghebbende voor de opneming in het verzorgingstehuis waren, kan belanghebbende niet aangeven.
Naar het oordeel van het Hof dient hiervoor onder deze omstandigheden een bedrag te worden geschat. Het Hof schat dit bedrag naar redelijkheid en billijkheid op f 1.500,-- per maand ofwel f 18.000,-- per jaar. De in 1997 door belanghebbende betaalde eigen bijdrage AWBZ bedroeg -naar vaststaat- f 28.176,--. Dit bedrag, verminderd met f 18.000,-- wegens besparing, ofwel f 10.176,--, is aan te merken als uitgaven ter zake van ziekte.
4.4. De Inspecteur beroept zich op het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 16 november 1998, nr. DB98/3753M (wijziging Besluit van 20 maart 1998, nr. DB98/1066M, Infobulletin 98/274), gepubliceerd in Infobulletin 98/855 en BNB 1999/11, dat hij heeft overgelegd bij het verweerschrift. Hij berekent op grond van dit Besluit een component ziektekosten van f 4.242,--. Het Hof kan zich niet in de berekeningswijze van dit Besluit vinden, omdat ook allerlei besparingen op andere kosten dan van huisvesting en voeding erin worden meegenomen.
5. Proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat belanghebbendes gemachtigde bij de oproeping voor de zitting door middel van de daarbij gevoegde bijlage is gewezen op de mogelijkheid van een proceskostenvergoeding, doch daarom niet heeft verzocht. Voorts gaat het Hof er van uit dat de gemachtigde voor belanghebbende de procedure voerde op grond van de bestaande familierelatie (belanghebbende is een tante van de gemachtigde) en niet als beroepsmatig rechtshulpverlener.
6. Beslissing
Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van f 28.031,-- en gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht ten bedrage van f 85,--.
Aldus vastgesteld op 13 april 2001 door mr. J. Huiskes, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van mw. mr. M. Hiemstra, griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 18 april 2001