ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1780
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beschikking inzake aanslagen verontreinigingsheffing 1998 en 1999 ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft verzet aangetekend tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van het gerechtshof Leeuwarden inzake de aanslagen verontreinigingsheffing over de jaren 1998 en 1999. De aanslagen waren respectievelijk gedagtekend op 31 januari 1998 en 30 januari 1999, terwijl het bezwaarschrift pas op 31 mei 1999 werd ingediend, wat buiten de wettelijke termijn van zes weken viel.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 23 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht het bezwaarschrift tijdig moet worden ingediend om ontvankelijk te zijn. Omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend, verklaarde de voorzitter het beroep ongegrond.
Belanghebbende wees er in zijn verzetschrift op dat hij ook beroep had aangetekend tegen aanslagen van eerdere jaren (1977-1997) waarop het hof inmiddels een beschikking had gegeven. Het hof stelde vast dat voor deze jaren reeds een beslissing was genomen en dat belanghebbende geen nieuwe gronden had aangevoerd tegen de beschikking voor 1998 en 1999.
Daarom verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde de eerdere beschikking van de voorzitter van de belastingkamer.
Uitkomst: Het verzet tegen de beschikking inzake de aanslagen verontreinigingsheffing over 1998 en 1999 wordt ongegrond verklaard.