ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1961
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering geruisloze inbreng en vaststelling goodwill bij omzetting onderneming in BV
Belanghebbende bracht zijn apotheekonderneming per 1 januari 1994 geruisloos in een besloten vennootschap in, maar accepteerde niet binnen de gestelde termijn van twee maanden de door de inspecteur opgelegde voorwaarden voor toepassing van artikel 18 Wet Pro op de Inkomstenbelasting 1964. De inspecteur weigerde daarom de geruisloze inbreng toe te passen en stelde de goodwill vast op basis van vergelijkbare overdrachten in de regio.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 en stelde dat de voorwaarden prematuur waren opgelegd en dat de hoogte van de goodwill onjuist was vastgesteld. Het hof oordeelde dat de termijn van twee maanden voor acceptatie van de voorwaarden redelijk en noodzakelijk is voor rechtsbescherming en dat de inspecteur niet verplicht was te wachten op overeenstemming over de goodwill.
De vermelding van toepassing van artikel 18 in Pro oprichtingsakten en correspondentie werd niet als acceptatie van de voorwaarden beschouwd. De vastgestelde goodwill door de inspecteur werd als aannemelijk en marktconform beoordeeld. Het hof concludeerde dat de inspecteur terecht heeft gehandeld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering geruisloze inbreng en de vastgestelde goodwill wordt ongegrond verklaard.