ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1962
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffingsaanslag accijns en verbruiksbelasting bij groothandel
Aan belanghebbende, een dochtervennootschap van een holding, werd een naheffingsaanslag accijns en verbruiksbelasting opgelegd over de periode 1994 tot en met oktober 1997. De inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar. Belanghebbende kwam in beroep tegen deze beslissing.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de aanslag terecht aan belanghebbende was opgelegd en of de accijns en verbruiksbelasting daadwerkelijk verschuldigd waren. Het hof oordeelde dat belanghebbende als feitelijke ondernemer de goederen onder zich had en dat de aanslag terecht aan haar was gericht. Het ontbreken van het tijdvak op het aanslagbiljet leidde niet tot vernietiging van de aanslag.
Ten aanzien van de accijns op een partij flessen anijsdrank stelde het hof vast dat accijns was voldaan, waardoor de aanslag werd verlaagd. Voor een andere partij flessen was niet aannemelijk gemaakt dat accijns was voldaan, zodat de aanslag terecht bleef. Het granulaat werd door het hof aangemerkt als limonade waarvoor verbruiksbelasting verschuldigd is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de zorgvuldige toepassing van accijns- en verbruiksbelastingregels bij intracommunautaire transacties en het belang van betrouwbare administratieve bescheiden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag accijns en verbruiksbelasting wordt ongegrond verklaard.