ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1972
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek bij werkzaamheden in onderneming van zoon
Belanghebbende verhuurde haar bloemenzaak bedrijfsmatig aan haar zoon vanaf 1 oktober 1993, waarna hij de onderneming voortzette. In 1998 verrichtte zij meer dan 1225 uur werkzaamheden in de bloemenzaak zonder beloning.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op zelfstandigenaftrek. Het Hof stelde vast dat belanghebbende fiscaal een onderneming had die bestond uit het verhuren van de onderneming, terwijl haar zoon een aparte onderneming dreef met de bloemenzaak.
Hoewel belanghebbende feitelijke werkzaamheden verrichtte, waren deze niet in haar eigen onderneming maar in die van haar zoon. Hierdoor voldeed zij niet aan de voorwaarde voor zelfstandigenaftrek dat zij minimaal 1225 uren in haar eigen onderneming werkzaam moet zijn.
Het Hof oordeelde dat het feit dat haar werkzaamheden de financiële positie van de zoon verbeterden en daarmee indirect ook die van belanghebbende, niet voldoende was om zelfstandigenaftrek toe te kennen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.