ECLI:NL:GHLEE:2001:AC1075
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1996, die was gedagtekend op 20 oktober 1998. Het bezwaarschrift werd echter pas op 21 december 1998 ontvangen, buiten de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de aanslag. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en verzocht om een mondelinge behandeling, die plaatsvond op 18 juni 2001. Tijdens de behandeling was belanghebbende niet aanwezig. Zij voerde aan dat zij de aanslag pas in december 1998 had ontvangen, mogelijk door tussenkomst van de curator van haar gefailleerde echtgenoot, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof stelde vast dat de aanslag op 9 oktober 1998 naar het adres van belanghebbende was verzonden en dat de bezwaartermijn daarom op 21 oktober 1998 was aangevangen. Omdat het bezwaarschrift pas op 21 december 1998 werd ingediend, was het niet tijdig. Er waren geen omstandigheden die toepassing van artikel 6:11 Awb Pro rechtvaardigden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.