ECLI:NL:GHLEE:2001:AD3371
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J. Drion
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting na bedrijfsovername en terugkoopverklaring
Belanghebbende, franchisenemer van D, staakte in november 1994 zijn bedrijf. D had een vordering van ruim ƒ749.000,- op belanghebbende, waarvan een deel werd voldaan door overname van voorraad en inventaris ter waarde van ƒ500.000,-. Tevens betaalde D ƒ215.330,- aan de bank op grond van een terugkoopverklaring.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de periode 1 januari tot 31 oktober 1994, welke belanghebbende betwistte. Kern van het geschil was of de betaling door D aan de bank een schuldovername of een vergoeding voor teruggenomen goederen was, en of de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld binnen het tijdvak.
Het hof oordeelde dat de betaling aan de bank als vergoeding voor teruggenomen goederen moet worden gezien, niet als schuldovername. De naheffingsaanslag was daardoor terecht en niet te hoog vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de inspecteur tijdig en voldoende had gecommuniceerd over de aanslag en berekening.
De uitspraak bevestigt de bestreden uitspraak van de inspecteur en leidt niet tot een vermindering van de naheffingsaanslag. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel.