ECLI:NL:GHLEE:2001:AD3503
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak voor belastingdoeleinden
Het geschil betreft de vaststelling van de waarde van een onroerende zaak gelegen aan de a-straat 54-a te Z per 1 januari 1994 voor de toepassing van de Wet waardering onroerende zaken. De belanghebbende betwistte de waarde van ƒ 90.000,-- die door het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente Groningen was vastgesteld, naar aanleiding van een aanslag onroerende-zaakbelasting.
De waarde was bepaald met de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij het hoofd uitging van de bruto huur verminderd met energiekosten en een kapitalisatiefactor van 6,5. De belanghebbende stelde dat de netto huurwaarde moest worden gehanteerd en dat de kapitalisatiefactor niet hoger mocht zijn dan 5,5.
Het gerechtshof oordeelde dat de berekening van het hoofd juist was, omdat de bruto huur minus energiekosten conform de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken moest worden gebruikt. De door de belanghebbende voorgestelde netto huurwaarde en lagere kapitalisatiefactor werden niet gevolgd. Daarnaast faalden de bezwaren over termijnoverschrijding en het niet horen van de belanghebbende, omdat geen procesbelangenschade was aangetoond.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van ƒ 90.000,-- per 1 januari 1994 gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de waarde van ƒ 90.000,-- per 1 januari 1994 wordt bevestigd.