ECLI:NL:GHLEE:2001:AD4686
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van den Bergh
- Van Dijk
- Van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijke groepsbelediging van asielzoekers en vluchtelingen
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank Leeuwarden inzake het opzettelijk beledigen van een groep mensen, namelijk in Nederland verblijvende asielzoekers en vluchtelingen, wegens hun ras. Verdachte had meerdere brieven geschreven die in de Kollumer Courant waren gepubliceerd, waarin beledigende en krenkende passages stonden gericht tegen deze groep.
Het hof achtte bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 juli 1999 tot en met 22 november 1999 meermalen in het openbaar schriftelijk beledigend had uitgelaten over genoemde groep. De beledigingen betroffen onder meer het toeschrijven van crimineel gedrag en het ontkennen van menselijke waardigheid. Verdachte had bewust en zorgvuldig zijn woorden gekozen, waardoor het hof aannam dat hij zich bewust was van het beledigende karakter.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte de maatschappelijke verhoudingen en de menselijke waardigheid ernstig aantasten, zeker gezien de maatschappelijke onrust rondom de onopgeloste moord op Marianne Vaatstra in de regio. Hoewel verdachte verklaarde niet de intentie te hebben gehad om de groep als geheel te beledigen en zich niet geestelijk verwant voelde met mensen die dat wel doen, vond het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand passend, naast een geldboete van duizend gulden.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van één maand, waarvan de uitvoering werd opgeschort met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van duizend gulden met een vervangende hechtenis van twintig dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een geldboete van duizend gulden wegens opzettelijke groepsbelediging.