ECLI:NL:GHLEE:2001:AD5987
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Kalsbeek
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Recht op vertaling van processtukken in bestuursstrafrechtelijke procedure bij taalbarrière
In deze bestuursstrafrechtelijke procedure tegen een betrokkene die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, heeft het gerechtshof Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de kantonrechter. De betrokkene verzocht om een schriftelijke vertaling van het verweerschrift van de advocaat-generaal, omdat zij het niet kon lezen.
Het hof overwoog dat noch de WAHV noch andere toepasselijke wetgeving een regeling bevat voor vertaling van processtukken, maar dat op grond van art. 6 EVRM Pro het recht op kosteloze bijstand van een tolk ook geldt voor schriftelijke stukken die noodzakelijk zijn voor een eerlijk proces. Het hof verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die dit bevestigt.
Het hof bepaalde dat de advocaat-generaal binnen twee maanden een schriftelijke weergave van de korte inhoud van het verweerschrift door een beëdigd vertaler moet laten vervaardigen en in het geding moet brengen. De betrokkene krijgt vervolgens gelegenheid tot nadere toelichting en de advocaat-generaal kan daarop reageren. Hiermee wordt het recht op een eerlijk proces en effectieve verdediging gewaarborgd ondanks de taalbarrière.
Uitkomst: Het gerechtshof bepaalt dat betrokkene recht heeft op een schriftelijke vertaling van het verweerschrift door een beëdigd vertaler om een eerlijk proces te waarborgen.