ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6274
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Kalsbeek
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-stellen van zekerheid bij administratieve sanctie WAHV
De betrokkene was in verzet gegaan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet ongegrond. Tegen deze beschikking stelde de betrokkene hoger beroep in. Volgens artikel 26a WAHV is het hoger beroep slechts ontvankelijk indien vooraf zekerheid wordt gesteld voor het verschuldigde bedrag en griffierecht wordt betaald.
De griffier stelde de betrokkene in de gelegenheid om binnen twee weken zekerheid te stellen en griffierecht te betalen, maar dit gebeurde niet. Het gerechtshof verklaarde de betrokkene daarom niet-ontvankelijk. Hoewel de gemachtigde van de betrokkene het verweer voerde tegen de sanctie, is het verzet niet gericht tegen de oorspronkelijke beschikking waarbij de sanctie werd opgelegd, waardoor het hof ervan uitgaat dat deze beschikking rechtsgeldig is.
Er waren geen omstandigheden die een uitzondering op dit beginsel rechtvaardigden. Omdat ook bij ontvankelijkheid het oordeel van de kantonrechter bevestigd zou worden, werd besloten de betrokkene niet opnieuw in de gelegenheid te stellen zekerheid te stellen. De niet-ontvankelijkheid in hoger beroep werd uitgesproken door het hof in aanwezigheid van griffier, met een rechter die het arrest niet medeondertekende wegens afwezigheid.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-stellen van zekerheid en niet betalen van griffierecht.