ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6289
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen verkeersboete onder WAHV
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een verkeersboete opgelegd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en betrokkene stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij de vraag was of het beroep openstond tegen een sanctie van ƒ60,--, aangezien art. 14 WAHV Pro hoger beroep slechts toestaat bij sancties boven ƒ150,--. Betrokkene voerde aan dat het beroep reeds op 19 juli 1999 was ingesteld, vóór de inwerkingtreding van de wetswijziging, en dat daarom het oude recht van toepassing zou zijn.
Het hof oordeelde dat bepalend is de datum van de beslissing van de kantonrechter, die na de wetswijziging lag, waardoor het nieuwe regime van toepassing is. Het beroep was daarom niet ontvankelijk. Daarnaast verwierp het hof het inhoudelijke verweer van betrokkene omtrent de snelheid en de flitseractivatie, omdat dit niet tot een uitzondering op het wettelijke regime leidt. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een sanctie van minder dan ƒ150,--.