ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6367

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00296
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 6 EVRM
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter en officier van justitie wegens onjuiste zekerheidstelling bestuursrechtelijke sanctie

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een bestuursrechtelijke sanctie. De kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie zoals vereist volgens art. 11 WAHV Pro.

Het gerechtshof beoordeelde dat de mededelingen van de officier van justitie over de zekerheidstelling niet voldeden aan de wettelijke vereisten. Zo werd in de brief de termijn onjuist aangegeven en ontbrak een datum in een andere brief, waardoor niet duidelijk was wanneer de termijn begon te lopen.

Hierdoor was het oordeel van de kantonrechter dat aan de zekerheidstellingseis was voldaan onjuist en werd het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast overwoog het hof dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, maar besloot de zaak zelf af te doen in plaats van terug te wijzen.

Het hof vernietigde de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie en de opgelegde administratieve sanctie. Het arrest werd uitgesproken door mr Huisman in aanwezigheid van mr Bennen als griffier.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissingen en verklaart het beroep van betrokkene ontvankelijk.

Uitspraak

WAHV 01/00296
8 augustus 2001
CJIB 24777941
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Zwolle
van 22 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 11, eerste lid, WAHV wordt een bij de officier van justitie ingediend beroepschrift door deze aan het kantongerecht ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie dan wel de termijn daarvoor is verstreken.
Het derde lid van art. 11 WAHV Pro houdt in dat:
- de zekerheid wordt gesteld bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden (CJIB), hetzij door middel van de aan de betrokkene toegezonden accept-giro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB;
- de officier van justitie de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan wijst op de verplichting tot zekerheidstelling en hem meedeelt dat de zekerheid dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van deze mededeling;
- indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.2. Een redelijke uitleg van deze wetsbepaling brengt mee dat de voorgeschreven mededeling van de officier van justitie tenminste moet inhouden dat op grond van een wettelijk voorschrift (art. 11 WAHV Pro) zekerheid dient te worden gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie en dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van die sanctie, en voorts de wijze waarop en de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld, alsmede dat wanneer tijdige zekerheidstelling achterwege blijft het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ten aanzien van die aan betrokkene te verstrekken informatie kan niet worden volstaan met verwijzing naar hetgeen is vermeld op de achterzijde van de inleidende beschikking.
3.3. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling, te weten een brief van 6 mei 1999 en een brief van 27 mei 1999 van de officier van justitie aan de betrokkene. Geen van beide brieven kan echter worden aangemerkt als een mededeling als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV, onder meer omdat de brief van 6 mei 1999 als aanvang van de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld de dagtekening vermeldt in plaats van de datum van verzending, terwijl in de brief van 27 mei 1999 geen datum is vermeld waarop de termijn aanvangt waarbinnen alsnog zekerheid dient te worden gesteld. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is en het beroep dan ook ten onrechte op die grond niet-ontvankelijk is verklaard.
3.4. De betrokkene voert onder meer aan, dat de redelijke termijn waarbinnen de zaak berecht moet worden overschreden zou zijn en dat de beslissing daarom vernietigd zou moeten worden.
3.5. Het hof overweegt het volgende. In aanmerking genomen dat het in deze zaak gaat om een op 16 december 1998 geconstateerde gedraging en gelet op de tijd die met de behandeling van de zaak na terugwijzing zal zijn gemoeid, valt redelijkerwijs niet te verwachten dat de zaak zal kunnen worden berecht binnen een redelijke termijn als bedoel in art. 6 EVRM Pro. Daarom zal het hof de zaak niet terugwijzen, maar zelf afdoen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter.
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 26 maart 1999, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr 24777941 de administratieve sanctie is opgelegd;
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.