Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6432

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00086
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens negeren rood verkeerslicht ondanks noodsituatie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €180 opgelegd wegens het niet stoppen voor een rood licht op 11 februari 2000 in Rijswijk. Betrokkene voerde aan dat haar echtgenoot in een acute noodsituatie verkeerde en dat zij daarom het verkeerslicht over het hoofd zag tijdens het rijden naar het ziekenhuis.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij het gerechtshof Leeuwarden. Het hof overwoog dat hoewel de omstandigheden begrijpelijk zijn, deze niet zwaar genoeg wegen om de sanctie te matigen of te laten vervallen. Het negeren van een rood licht brengt een hoge mate van gevaarzetting mee en er was geen bewijs dat het negeren noodzakelijk was vanwege de gezondheidstoestand van de echtgenoot.

Daarnaast had de officier van justitie al rekening gehouden met de omstandigheden door geen sanctie op te leggen voor een snelheidsovertreding die eveneens plaatsvond. Het hof vond geen tegenstrijdigheid in de beslissingen en bevestigde daarom de sanctie van €180. Het arrest werd uitgesproken door de rechters Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van €180 wegens het negeren van een rood verkeerslicht ondanks de noodsituatie.

Uitspraak

WAHV 01/00086
29 augustus 2001
CJIB 32461479
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 23 januari 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ( 180,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging is verricht op 11 februari 2000 op de Prinses Beatrixlaan met de kruising weth. van Brederodelaan in de gemeente Rijswijk.
3.2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden aanleiding geven om de sanctie op nihil te stellen dan wel deze op zijn minst te matigen. Daartoe voert de betrokkene aan dat haar echtgenoot op 11 februari 2000 in een toestand geraakte, waarin direct specialistische hulp noodzakelijk was, dat haar echtgenoot desgevraagd in het ziekenhuis direct kon worden geholpen en dat zij vervolgens op weg naar het ziekenhuis in alle consternatie niet voldoende heeft gelet op haar snelheid en de verkeerslichten.
3.3. Hoewel het niet onbegrijpelijk is dat een bestuurder in de door de betrokkene geschetste omstandigheden - voor zover in het onderhavige geval van belang - een rood licht uitstralend verkeerslicht over het hoofd ziet, zijn de door de betrokkene geschetste omstandigheden niet van zodanig gewicht, dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat deze aanleiding dienen te zijn tot matiging van de opgelegde sanctie. In aanmerking dient immers te worden genomen dat het negeren van een rood licht uitstralend verkeerslicht met een motorrijtuig een hoge mate van gevaarzetting voor andere weggebruikers pleegt mee te brengen en dat niet is gesteld dat het negeren van het bewuste verkeerslicht met het oog op de gezondheidstoestand van betrokkenes echtgenoot noodzakelijk was. Daar komt nog bij dat de officier van justitie reeds in zoverre rekening heeft gehouden met de door de betrokkene geschetste omstandigheden, dat hij ter zake van een in de door de betrokkene geschetste omstandigheden begane snelheidsovertreding geen sanctie heeft opgelegd. Uit het vorenoverwogene volgt, dat anders dan de betrokkene wil, van tegenstrijdigheid tussen de beslissing ter zake van de onderhavige gedraging te handhaven en die ter zake van de snelheidsovertreding niet, geen sprake is.
3.4. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.