ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6438

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00290
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie verkeersboete

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter Amsterdam die zijn beroep tegen een verkeersboete ongegrond verklaarde. De opgelegde administratieve sanctie bedroeg ƒ130, wat lager is dan de drempel van ƒ150 voor ontvankelijkheid in hoger beroep volgens artikel 14 WAHV Pro.

Betrokkene voerde aan dat de boete hoger had moeten zijn omdat hij 26 km/h te hard zou hebben gereden op een weg met een maximumsnelheid van 50 km/h, maar het hof stelde vast dat voor de ontvankelijkheid de daadwerkelijke hoogte van de opgelegde sanctie doorslaggevend is.

Het hof oordeelde dat betrokkene daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en liet de inhoudelijke bezwaren buiten beschouwing. Het arrest werd uitgesproken door mr Vellinga, vice-president, in aanwezigheid van mr Bennen als griffier.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een opgelegde sanctie van minder dan ƒ150.

Uitspraak

WAHV 01/00290
29 augustus 2001
CJIB 29896318
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amsterdam
van 11 december 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 7 augustus 2001 is vervolgens nog een brief van de betrokkene bij het hof binnengekomen.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 130,--.
3.2. De betrokkene voert aan, dat hij ontvankelijk is in zijn beroep, nu de kantonrechter in zijn beslissing ervan uit zou gaan dat op de weg waar de betrokkene reed de toegestane snelheid 50 km/h is en hij dan, omdat hij 76 km/h uur reed, met 26 km/h de maximumsneldheid zou hebben overschreden, en de opgelegde boete daardoor hoger dan f 150,- zou moeten zijn.
3.3. Bij de beoordeling van de vraag of aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd van meer dan f 150,- is doorslaggevend de daadwerkelijke hoogte van die sanctie. daarbij dient te worden uitgegaan van het bedrag, dat is vermeld op de inleidende beschikking, dan wel het bedrag dat daarvan resteert, indien de officier van justitie of de kantonrechter dat bedrag heeft verminderd.
3.4. Nu aan de betrokkene bij inleidende beschikking een administratieve sanctie is opgelegd van f 130,- dient hij in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3.5. Hetgeen de betrokkene aanvoert met betrekking tot de gedraging kan gezien het vorenoverwogene buiten beschouwing blijven.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.