ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7302
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderneming en bron van inkomen bij paardenhouderij en accountantspraktijk
Belanghebbende werd aangeslagen voor inkomstenbelasting 1996 en vermogensbelasting 1997. Hij voerde aan dat de activiteiten binnen de vennootschap onder firma D, gericht op paardenfokkerij en -handel, als onderneming en bron van inkomen moeten worden aangemerkt. Tevens stelde hij dat deze activiteiten een afgeleide toepassing van zijn accountantspraktijk vormden.
Het hof oordeelde dat hoewel sprake was van een organisatie van kapitaal en arbeid met winstoogmerk, de activiteiten van D vanaf oprichting tot 1995 vrijwel uitsluitend verliesgevend waren. Een positieve opbrengst was niet redelijkerwijs te verwachten. Ook de stelling dat D een afgeleide toepassing van de accountantspraktijk zou zijn, werd verworpen wegens gebrek aan verband.
De verkoop van de aandelen in het accountantskantoor A B.V. voor een marktconforme prijs bevestigde dat de paardenactiviteiten geen invloed hadden op de accountantspraktijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het standpunt van de inspecteur gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.