ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7675

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00101
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 18 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens onjuiste bevestiging hulpkoppeling aan aanhangwagen

De betrokkene werd door de officier van justitie gesanctioneerd met een boete van 240 gulden wegens het rijden met een voertuig waarbij de aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling was verbonden. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond.

In hoger beroep stelde de betrokkene dat de sanctie te hoog was, onder meer omdat de hulpkoppeling wel om de trekhaak was gelegd, de aanhangwagen geen oplooprem had, en de koppeling in België toegestaan is. De advocaat-generaal stelde dat de gedraging beter omschreven kon worden als het niet op de vereiste wijze aanbrengen van de hulpkoppeling van een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg, met een lagere sanctie van 120 gulden.

Het gerechtshof oordeelde dat het standpunt van de advocaat-generaal juist was en wijzigde de omschrijving van de gedraging en de feitcode. De sanctie werd gehalveerd tot 120 gulden, waarbij de omstandigheden aangevoerd door betrokkene niet tot een lagere sanctie leidden vanwege de verkeersveiligheid. De eerdere beslissing van de kantonrechter en officier van justitie werd vernietigd en de griffier werd opgedragen het verschil te restitueren.

Uitkomst: De administratieve sanctie wordt gehalveerd tot 120 gulden met vernietiging van de eerdere beslissing.

Uitspraak

WAHV 01/00101
5 september 2001
CJIB 34114941
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Terneuzen
van 9 januari 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,-- opgelegd ter zake van "met voertuig rijden, terwijl aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling met trekkend voertuig is verbonden", feitcode P540, welke gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2000 op de Rijksweg N61 in de gemeente Oostburg.
3.2. De inleidende beschikking is gebaseerd op de waarneming van de verbalisant, dat de aanhangwagen van het door de betrokkene bestuurde voertuig niet op juiste wijze door middel van een hulpkoppeling aan dat voertuig was bevestigd.
3.3. De betrokkene stelt, dat de sanctie ter zake van het niet op juiste wijze bevestigen van de hulpkoppeling aan de trekhaak gezien de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden zijns inziens veel te hoog is. Daartoe voert hij aan dat de ijzeren lus van de hulpkoppeling wel om de trekhaak was gelegd, dat de onderhavige aanhangwagen geen oplooprem had zodat de hulpkoppeling deze niet in geval van het breken van de koppeling tussen aanhangwagen en voertuig kon activeren, dat de aanhangwagen door anderen is aangekoppeld en dat hij omdat ongeduldige automobilisten stonden te wachten niet goed gelegenheid had om te zien of het koppelen op juiste wijze was geschied. Voorts dient zijns inziens in aanmerking te worden genomen, dat de wijze waarop de hulpkoppeling was bevestigd, in België wel is toegestaan.
3.4. De advocaat-generaal antwoordt hierop in zijn verweerschrift, dat de inleidende beschikking is gebaseerd op een onjuiste gedraging. Zijns inziens is de gedraging "de hulpkoppeling van een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg. niet op de vereiste wijze is aangebracht", feitcode P570, en dat de opgelegde sanctie dienovereenkomstig dient te worden verlaagd tot een bedrag van fl 120,--.
3.5. Het standpunt van de advocaat-generaal is juist. De inleidende beschikking zal dienovereenkomstig worden gewijzigd. In aanmerking genomen dat de administratieve sanctie zal worden gehalveerd, zijn de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden niet van dien aard dat deze dienen te leiden tot een sanctie die lager is dan door de advocaat-generaal is voorgesteld. Daartoe is bij een gedraging als de onderhavige de verkeersveiligheid te veel in het geding.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en van de officier van justitie;
wijzigt, met vernietiging van de inleidende beschikking in zoverre, de omschrijving van de gedraging en de feitcode in:
de hulpkoppeling van een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg. niet op de vereiste wijze is aangebracht, feitcode P570;
stelt het bedrag van de sanctie vast op fl 120,--;
bepaalt dat van hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV Pro tot zekerheid is gesteld een bedrag van fl 120,-- aan deze door de griffier van het kantongerecht wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting .