ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7703
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Kalsbeek
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV wegens appelverbod
Betrokkene was tegen een administratieve sanctie van 130 gulden in beroep gegaan bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden. De advocaat-generaal voerde verweer en betrokkene gaf een nadere toelichting.
Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, omdat volgens art. 14 WAHV Pro alleen hoger beroep mogelijk is als de sanctie meer dan 150 gulden bedraagt of bij niet-ontvankelijkheid wegens het niet stellen van zekerheid. De opgelegde sanctie was 130 gulden, waardoor het appelverbod van toepassing is.
Betrokkene stelde dat de officier van justitie ten onrechte geen hoorzitting had gehouden en dat de kantonrechter fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging had geschonden door het beroep ongegrond te verklaren zonder de zaak terug te wijzen. Het hof oordeelde dat de officier van justitie terecht had afgezien van een hoorzitting omdat het beroep kennelijk ongegrond was en dat de kantonrechter niet buiten zijn bevoegdheid was getreden of beginselen van behoorlijke rechtspleging had geschonden.
Daarom verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de administratieve sanctie van 130 gulden.