Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7703

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00057
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 AwbArt. 11 lid 3 WAHVArt. 13 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV wegens appelverbod

Betrokkene was tegen een administratieve sanctie van 130 gulden in beroep gegaan bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden. De advocaat-generaal voerde verweer en betrokkene gaf een nadere toelichting.

Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, omdat volgens art. 14 WAHV Pro alleen hoger beroep mogelijk is als de sanctie meer dan 150 gulden bedraagt of bij niet-ontvankelijkheid wegens het niet stellen van zekerheid. De opgelegde sanctie was 130 gulden, waardoor het appelverbod van toepassing is.

Betrokkene stelde dat de officier van justitie ten onrechte geen hoorzitting had gehouden en dat de kantonrechter fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging had geschonden door het beroep ongegrond te verklaren zonder de zaak terug te wijzen. Het hof oordeelde dat de officier van justitie terecht had afgezien van een hoorzitting omdat het beroep kennelijk ongegrond was en dat de kantonrechter niet buiten zijn bevoegdheid was getreden of beginselen van behoorlijke rechtspleging had geschonden.

Daarom verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de administratieve sanctie van 130 gulden.

Uitspraak

WAHV 01/00057
12 september 2001
CJIB 31821996
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Rotterdam
van 10 november 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,-- of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 130,--.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene stelt, dat de betrokkene ondanks het bepaalde in art. 14 WAHV Pro in zijn hoger beroep dient te worden ontvangen. Daartoe wijst hij op het volgende. De officier van justitie heeft de betrokkene niet opgeroepen om op zijn beroep tegen de inleidende beschikking te worden gehoord en hem daardoor niet in de gelegenheid gesteld persoonlijke omstandigheden, waarvan hij in het beroepschrift in algemene zin gewag maakt, ter gelegenheid van het horen te concretiseren, doch dat beroep zonder meer en ook zonder specifiek in te gaan op hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de kantonrechter - in plaats van de beslissing van de officier van justitie te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de officier van justitie opdat de betrokkene alsnog door de officier van justitie kon worden gehoord - het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Dusdoende is de kantonrechter getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro dan wel heeft de kantonrechter zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Derhalve is doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid , WAHV gewettigd.
3.3. De beslissing van de officier van justitie houdt in: "De door betrokkene aangevoerde argumenten waarom de administratieve sanctie niet had moeten worden opgelegd zijn, gelet op de wettelijke bepalingen en afgewogen tegen de overige gegevens in deze zaak, naar het oordeel van de officier van justitie ontoereikend om de beschikking te vernietigen of de sanctie te matigen. De officier van justitie verklaart daarom het beroep ongegrond.
De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord, aangezien na bestudering van de stukken is gebleken dat het beroep (kennelijk) ongegrond is."
3.4. Nu de officier van justitie uitdrukkelijk overweegt waarom hij de betrokkene niet in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord, moet worden aangenomen dat de officier van justitie heeft gebruik gemaakt van de hem in art. 7:17 Awb Pro geboden mogelijkheid van het horen van de betrokkene af te zien omdat het beroep in zijn ogen kennelijk ongegrond was.
3.5. In het licht van het voorgaande moet het standpunt van de betrokkene kennelijk aldus worden begrepen, dat de officier van justitie ten onrechte gebruik heeft gemaakt van bedoelde door art. 7:17 Awb Pro genoemde mogelijkheid, dan wel dat de officier van justitie alleen van die mogelijkheid gebruik zou mogen maken indien hij specifiek ingaat op hetgeen door of namens een betrokkene wordt aangevoerd en dat derhalve de kantonrechter door het beroep ongegrond te verklaren is getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro dan wel dat de kantonrechter zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
3.6. De kantonrechter heeft de gemachtigde van de betrokkene gehoord op het tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep. Daarbij heeft de gemachtigde geen andere persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht dan in het beroepschrift tegen de inleidende beschikking verwoord, te weten dat het niet aangaat iemand die uit de macht der gewoonte op twee achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats de maximumsnelheid overschrijdt, ter zake op een en dezelfde dag voor beide overtredingen een administratieve sanctie op te leggen.
3.7. In voormelde omstandigheden kan niet gezegd worden dat de kantonrechter, die na specifiek te zijn ingegaan op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaart, is getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro dan wel dat de kantonrechter zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Voor een doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid, WAHV is derhalve geen plaats.
3.8. Uit het vorenoverwogene volgt, dat de betrokkene niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Daaruit vloeit voort dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten dient te worden afgewezen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk in tegenwoordigheid van mevrouw Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.