Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7709

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00132
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens door rood licht rijden zonder overmacht

Betrokkene werd een administratieve sanctie van 180 gulden opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht op 8 februari 2000 in Enschede. Hij stelde in hoger beroep dat hij door een achteropkomende auto werd opgejaagd en daardoor door rood moest rijden om een botsing te voorkomen, een beroep op overmacht.

Het hof heeft de originele foto's van de overtreding en de eerstvolgende overtreding bestudeerd. Uit de foto's en het tijdstip van de overtredingen bleek dat de andere auto niet door rood was gereden en ook niet zo dicht achter betrokkene reed dat stoppen onmogelijk was. De waarneming van de dochter dat de flitspaal tweemaal had geflitst, werd verklaard door het systeem dat twee foto's per overtreding maakt.

Daarom acht het hof het niet aannemelijk dat betrokkene door een andere auto werd opgejaagd. Het beroep op overmacht wordt verworpen en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd. Het hof verklaart de administratieve sanctie terecht opgelegd en vernietigt deze niet of matigt deze niet.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie wegens het door rood licht rijden en verwerpt het beroep op overmacht.

Uitspraak

WAHV 01/00132
12 september 2001
CJIB 32672242
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Enschede
van 12 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Almelo ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 9 mei 2001 heeft het hof de advocaat-generaal om nadere informatie gevraagd.
Bij brief van 5 juni 2001 heeft de advocaat-generaal aan het hof nadere informatie verstrekt.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de door de advocaat-generaal verstrekte nadere informatie. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 180,-- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 8 februari 2000 op de Zuiderval in de gemeente Enschede.
3.2. De betrokkene ontkent in zijn beroepschrift niet, dat hij de gedraging heeft verricht. Hij is echter van oordeel, dat de opgelegde administratieve sanctie zou moeten worden vernietigd dan wel gematigd, nu er sprake zou zijn geweest van overmacht. De betrokkene heeft daartoe aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat op het moment dat hij voor het (gele) verkeerslicht wilde stoppen, hij in zijn achteruitkijkspiegels keek en zag, dat een andere auto hem razendsnel en met duidelijk toenemende snelheid naderde. Gelet hierop zou er voor de betrokkene, teneinde een botsing te voorkomen, geen andere mogelijkheid hebben bestaan dan het remmen te staken en door (rood) te rijden. Volgens de betrokkene zou een en
ander ook moeten blijken uit de foto's waarop de bewuste gedraging is
geconstateerd, waarbij de betrokkene nog opmerkt, dat zijn dochter - die samen met de betrokkene en diens vrouw in de desbetreffende auto zat - op het bewuste moment had gezien dat de flitspaal tweemaal achter elkaar had geflitst. Uit die foto's zou ook moeten blijken, dat die andere auto ook door rood licht is gereden.
3.3. Het hof overweegt omtrent dit verweer het navolgende.
3.4. Bij de stukken van het geding bevinden zich de originelen van de foto's waarop de bewuste gedraging is geconstateerd. Op deze foto's is te zien, dat de gedraging is verricht op 8 februari 2000 om 22.36 uur en dat de gedraging staat geregistreerd onder volgnummer 153. Voorts bevinden er zich in het dossier foto's van de - hierop - eerstvolgende overtreding die op voornoemde Zuiderval is geconstateerd. Uit deze laatste foto's blijkt, dat die overtreding, geregistreerd onder volgnummer 154, heeft plaatsgevonden op 8 februari 2000 om 22.48 uur.
3.5. Gelet op hetgeen in de vorige alinea is weergegeven en de overige stukken van het dossier, acht het hof het niet aannemelijk geworden dat de betrokkene door een andere, hem achteropkomende, auto is opgejaagd. Uit voornoemde foto's blijkt immers - zakelijk weergegeven - dat eerst twaalf minuten nadat de betrokkene de bewuste gedraging had verricht, er wederom iemand door het rode verkeerslicht reed. Derhalve staat vast, dat de andere auto, waar de betrokkene in zijn verweer over spreekt, niet door rood is gereden. Het hof merkt in dit verband op, dat door een roodlichtcamera van iedere gemeten overtreding twee foto's worden gemaakt. De omstandigheid dat de dochter van de betrokkene heeft gezien dat de flitspaal tweemaal achter elkaar had geflitst, duidt er dus niet op, dat tweemaal een overtreding is begaan. Tenslotte overweegt het hof nog, dat weliswaar op één van de foto's waarop de bewuste gedraging is geconstateerd
een andere auto is te zien, maar dat - gelet ook op de afstand tussen beide auto's -niet aannemelijk is geworden dat deze auto - die kennelijk wel voor het rode verkeerslicht is gestopt - de betrokkene dusdanig heeft opgejaagd dat de betrokkene niet meer voor het rode verkeerslicht had kunnen stoppen.
3.6. Op grond van het vorenoverwogene dient het verweer van de betrokkene, inhoudende een beroep op overmacht, te worden verworpen. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van omstandigheden die tot het oordeel leiden dat de aan de betrokkene opgelegde administratieve sanctie moet worden vernietigd dan wel gematigd, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van de heer Jongeling als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.