Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7739

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00152
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wegverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens snelheidsovertreding op N260 Gilzerweg

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 20 km/h en tot en met 25 km/h op 25 augustus 1999 op de N260 Gilzerweg. Betrokkene voerde aan dat hij in de tegenovergestelde richting reed dan vermeld en dat het voertuig dat de snelheidsovertreding beging het tegemoetkomende voertuig was.

Het hof onderzocht de bewijsstukken, waaronder foto's gemaakt door een flitspaal met een camera die frontfoto's maakt. Uit de foto's en de plaats van de flitspaal bleek dat het voertuig met het kenteken van betrokkene inderdaad in de richting van de camera reed en de snelheid van 105 km/h had. De door betrokkene overgelegde foto van de flitspaal bevestigde de plaats en richting van de camera.

De vermeende vergissing in het proces-verbaal over de rijrichting werd toegeschreven aan een interpretatiefout bij het uitlezen van de frontfoto. Het hof concludeerde dat de snelheidsovertreding onomstotelijk aan betrokkene kon worden toegerekend en bevestigde de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van 180 gulden wegens snelheidsovertreding op de N260 Gilzerweg.

Uitspraak

WAHV 00/00152
12 september 2001
CJIB 28701128
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Tilburg
van 14 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Breda ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Bij brief d.d. 14 september 2000 heeft het hof de advocaat-generaal verzocht een vraag te beantwoorden, zoals in die brief omschreven.
De betrokkene heeft bij schrijven, ingekomen ter griffie van het hof op 4 oktober 2000, gereageerd op het stellen van voornoemde vraag.
De advocaat-generaal heeft nadere informatie verstrekt.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere informatie van de advocaat-generaal. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij brief d.d. 26 maart 2001 heeft het hof de advocaat-generaal opnieuw verzocht een vraag te beantwoorden, zoals in die brief omschreven.
De advocaat-generaal heeft bij schrijven van 5 juni 2001 nadere informatie verstrekt.
De betrokkene heeft een reactie gegeven op de nadere informatie van de advocaat-generaal.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,= opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); >20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 25 augustus 1999 op de N 260 Gilzerweg in de gemeente Alphen-Chaam, met het voertuig met het kenteken [nummer].
3.2. De betrokkene ontkent dat hij ter plaatse de maximumsnelheid heeft overschreden. Daartoe voert hij aan, dat hij weliswaar op genoemde tijd en plaats met de auto met voormeld kenteken heeft gereden over de Gilzerweg doch dat hij reed in de richting Alphen en dat de lens van de betreffende camera was gericht in de richting Gilze. Dat is, aldus de betrokkene, niet verenigbaar met de door het openbaar ministerie verstrekte gegevens inhoudende dat gereden zou zijn in de richting Gilze en dat een zogenaamde frontfoto is gemaakt. Zijns inziens heeft de auto die hem uit tegenovergestelde richting tegemoet kwam de maximumsnelheid overtreden.
3.3. Ten bewijze van de onderhavige gedraging heeft de advocaat-generaal foto's overgelegd. Op deze foto's staat een personenauto met het kenteken [nummer] afgebeeld, rijdend met de voorzijde in de richting van de camera. Voorts staan op twee van die foto's in een kader rechtsboven gegevens vermeld betreffende de meting van de snelheid, te weten dat de snelheid van het afgebeelde voertuig 105 km/h bedroeg alsmede de letter "F", hetgeen blijkens een door de advocaat-generaal overgelegd ambtsedig proces-verbaal d.d. 10 oktober 2000 betekent, dat het voertuig, waarvan de snelheid gemeten is, reed in de richting van de camera. De zogenaamde flitspaal, waarin zich de camera bevond waarmee de onderhavige foto is gemaakt. stond blijkens het zaakoverzicht ter hoogte van hectometerpaal 9.1 .
3.4. De betrokkene heeft een foto overgelegd van - naar hij stelt - de Gilzerweg ter hoogte van hectometerpaal 9.1. Op deze foto staan afgebeeld een deel van de weg, hectometerpaal 9.1 en de flitspaal met de lensopening in de richting van de camera waarmee de foto gemaakt is.
3.5. Gezien de plaats van de flitspaal, zoals deze blijkt uit de door de betrokkene overgelegde foto maakt deze flitspaal, als deze frontfoto's maakt, foto's van verkeer dat rijdt aan de andere zijde van de weg dan die waar de flitspaal is geplaatst.
3.6. Op twee van de door de advocaat-generaal overgelegde foto's is te zien dat het onderhavige voertuig reed aan de zijde van de weg waar naast de weg een fietspad loopt. Op de door de betrokkene overgelegde foto is te zien dat aan de zijde van de weg waar de flitspaal is geplaatst, geen fietspad loopt.
3.7. Uit het vorenoverwogene volgt dat de beelden op de foto's gezien de plaats waar en de richting waarin het onderhavige voertuig gereden heeft met elkaar verenigbaar zijn. In zoverre roept de door de betrokkene overgelegde foto geen twijfel op aan de juistheid van de door de advocaat-generaal in het geding gebrachte foto's. Voorts behoeft er noch op grond van de door de betrokkene in het geding gebrachte foto noch op grond van de door de advocaat-generaal in het geding gebrachte foto's aan te worden getwijfeld, dat de gemeten snelheid betrekking heeft op het onderhavige voertuig en niet op het voertuig, dat ten dele op twee van de door de advocaat-generaal in het geding gebrachte foto's staat afgebeeld en dat de betrokkene zoals hij stelt tegemoet kwam. De gemeten snelheid heeft immers, zoals hiervoor in r.o. 3.3 is overwogen, gezien de aanduiding "F" betrekking op het voertuig dat reed in de richting van de camera en niet op een voertuig dat zich - zoals het aan de betrokkene tegemoet komende voertuig - verwijderde van de camera.
3.8. De door de betrokkene overgelegde foto is gemaakt vanuit de richting Gilze. Dit betekent dat de auto op de door de advocaat-generaal overgelegde foto's moet hebben gereden in de richting Alphen. Dit is niet verenigbaar met de vermelding in het zaakoverzicht, en in het ambtsedig proces-verbaal d.d. 22 februari 2000, opgemaakt door de brigadier van politie Midden en West Brabant, J.A.L. van Mier, dat de rijrichting was van Alphen naar Gilze en ook niet met de vermelding in het ambtsedig proces-verbaal d.d. 5 juni 2001, opgemaakt door de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie Midden en West Brabant, G.M. Gruiters, dat de lens van de camera was gericht naar Alphen.
3.9. Gezien het in r.o. 3.7 overwogene berust hetgeen de verbalisanten vermelden omtrent de rijrichting en de richting waarin de lens van de camera gericht was echter onmiskenbaar op een vergissing, kennelijk veroorzaakt doordat over het hoofd is gezien dat bij het uitlezen van een frontfoto de rijrichting moet worden omgekeerd. De door de betrokkene overgelegde foto roept daarom geen twijfel op aan de juistheid van de foto's, die de advocaat-generaal in het geding heeft gebracht.
3.10. Nu voorts de betrokkene stelt, dat hij op genoemde tijd en plaats met zijn voertuig heeft gereden, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het ten name van de betrokkene gestelde voertuig met het kenteken [nummer].
3.11. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de bestreden beslissing dient te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.