ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7743

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00143
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
  • Bennen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie voor verkeersgedrag

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter te Hilversum, die op 19 januari 2001 een beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde. De betrokkene had een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd gekregen voor het wisselen van rijstrook zonder het overige verkeer voor te laten gaan, een gedraging die op 6 april 2000 op de Rijksweg A1 in de gemeente Muiden zou zijn verricht. De betrokkene stelde dat hij, bij het inhalen, had gezien dat een politievoertuig hem de gelegenheid gaf om in te halen, maar dat hij na het inzetten van de manoeuvre een claxonsignaal hoorde. De verbalisant verklaarde echter dat de betrokkene plotseling naar de linker rijstrook stuurde zonder een richtingaanwijzer te gebruiken, wat hem verraste en leidde tot een claxonsignaal en afremmen om een botsing te voorkomen.

Het hof oordeelt dat er geen reden is om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen en dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De betrokkene voerde aan dat hij benadeeld was omdat hij niet door de officier van justitie was gehoord, maar het hof oordeelt dat dit verzuim niet tot vernietiging van de beslissing leidt, aangezien de betrokkene ter zitting van de kantonrechter is gehoord en geen feiten heeft aangevoerd die tot benadeling zouden kunnen leiden. Daarnaast voerde de betrokkene aan dat de verbalisant zelf in overtreding was door te hard te rijden, maar het hof oordeelt dat dit niet afdoet aan de gedraging van de betrokkene.

Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal in de proceskosten te veroordelen af. Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

WAHV 01/00143
13 september 2001
CJIB 33730919
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Hilversum
van 19 januari 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 30 augustus 2001. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mw mr T.H. Pitstra.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "van rijstrook wisselen zonder overige verkeer voor te laten gaan", welke gedraging zou zijn verricht op 6 april 2000 op de Rijksweg A1 in de gemeente Muiden.
3.2. De betrokkene stelt dat, toen hij in de spiegel keek om te controleren of een inhaalmanoeuvre mogelijk was, hij zag dat het politievoertuig dat op de linker rijstrook schuin achter hem reed vaart minderde, dat hij daardoor niet anders kon dan concluderen dat het politievoertuig hem de gelegenheid gaf hem in te halen, dat hij een fractie van een seconde nadat hij zijn manoeuvre had ingezet geclaxonneer achter hem hoorde, maar dat hij zijn inhaalmanoeuvre heeft doorgezet, omdat het politievoertuig niet dichterbij kwam.
3.3. De op ambtsbelofte opgemaakte verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, houdt in, zakelijk weergegeven, dat de betrokkene plotseling naar de linker rijstrook stuurde, terwijl hij door het surveillancevoertuig met een gering snelheidsverschil voorbij gereden werd, dat deze manoeuvre niet vooraf gegaan was door een richtingaanwijzersignaal en hem verraste als bestuurder, dat hij dit niet verwachtte, omdat in file werd gereden, dat hij ter voorkoming van een botsing - omdat de afstand tussen achterzijde van de auto van de betrokkene en de voorzijde van de auto van de verbalisant circa 1 meter was - een claxonsignaal gaf en afremde.
3.4. Het hof is tot de overtuiging gekomen dat, nu er geen reden is om aan de verklaring van de verbalisant en de objectiviteit ervan te twijfelen en ook de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de betrokkene niet uitsluit dat de betrokkene de gedraging heeft verricht, omdat de betrokkene slechts concludeert dat hem gelegenheid werd geboden om in te halen, de betrokkene de gedraging heeft verricht.
3.5. De betrokkene stelt zich voorts op het standpunt, dat hij in een eerder stadium van de procedure benadeeld is, omdat hij niet door de officier van justitie is gehoord.
3.6. De betrokkene klaagt terecht over dit verzuim. Dit kan evenwel niet tot vernietiging van de bestreden beslissing leiden op grond van het navolgende. Ingevolge art. 6:22 Awb kan de kantonrechter, niettegenstaande een dergelijk verzuim, de beslissing van de officier van justitie in stand laten - en het beroep in zoverre ongegrond verklaren - indien blijkt dat de betrokkene daardoor niet is benadeeld. Het in deze bestreden beslissing besloten liggende oordeel van de kantonrechter dat deze situatie zich in de onderhavige zaak voordoet is juist, in aanmerking genomen dat de betrokkene ter terechtzitting van de kantonrechter is verschenen en aldaar is gehoord, terwijl het beroepschrift aan de kantonrechter, noch het proces-verbaal van de terechtzitting inhoudt dat door of namens de betrokkene feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit zodanige benadeling zou kunnen volgen.
3.7. Voorts voert de betrokkene nog aan, dat de verbalisant niet harder had mogen rijden dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid, omdat de verbalisant niet bezig was met een surveillerende taak en dat de verbalisant de administratieve sanctie niet had mogen opleggen, omdat hij zelf in overtreding was.
3.8. Het hof overweegt daaromtrent, dat ook al zou de verbalisant ten onrechte te hard gereden hebben, dit niet af doet aan het feit dat de betrokkene de gedraging heeft verricht en ook brengt dit niet mee dat de betrokkene de gedraging niet te verwijten of in verminderde vorm te verwijten is.
3.9. Het hof verklaart het beroep van de betrokkene dan ook ongegrond.
3.10. Het vorenoverwogene brengt mee, dat er geen grond is de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten van de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.