Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7807

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 0100155
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 3 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter die een administratieve sanctie van ƒ 60,-- had opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).

Het gerechtshof beoordeelde dat volgens artikel 14 WAHV Pro alleen hoger beroep mogelijk is als de sanctie meer bedraagt dan ƒ 150,-- of bij niet-ontvankelijkheid wegens het niet stellen van zekerheid. Omdat de opgelegde sanctie lager was dan ƒ 150,-- was hoger beroep niet mogelijk.

Hoewel de kantonrechter in haar beslissing had vermeld dat beroep mogelijk was bij een sanctie van niet meer dan ƒ 150,--, is dit een onjuiste mededeling die het vertrouwen van betrokkene niet kan rechtvaardigen om toch in hoger beroep te worden ontvangen.

Het gerechtshof verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens het ontbreken van wettelijke grondslag voor hoger beroep bij een sanctie van ƒ 60,--.

Uitspraak

WAHV 01/00155
19 september 2001
CJIB 29545608
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Emmen
van 8 februari 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,--. Art. 14 WAHV Pro biedt de betrokkene derhalve in het onderhavige geval niet de mogelijkheid van hoger beroep.
3.2. Onder de beslissing van de kantonrechter is vermeld, voor zover van belang:
"Gegen diesem Beschluss kan Berufung beim Oberlandesgericht Leeuwarden eingelegt werden, sofern die bei diesem Beschluss auferlegte administrative Sanktion nicht mehr als f. 150,00 beträgt.".
3.3. Art. 14 WAHV Pro bepaalt in welke gevallen tegen een beslissing van de kantonrechter een rechtsmiddel kan worden ingesteld. Dit voorschrift is van openbare orde. Ook al zou de kantonrechter door de hiervoor onder 3.2. vermelde mededeling bij de betrokkene het vertrouwen hebben gewekt dat zij bij een opgelegde administratieve sanctie van f 60,-- in hoger beroep kon gaan, dan brengt dit nog niet mee dat de betrokkene hierin dient te worden ontvangen. Nu volgens de wet geen rechtsmiddel open staat, komt de betrokkene door haar niet in haar hoger beroep te ontvangen immers niet in een nadeliger positie dan indien dat vertrouwen niet zou zijn gewekt.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.