ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7862

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00162
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie kentekenhouder wegens gebruik verdrijvingsvlak

De betrokkene, als kentekenhouder, kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak op 22 maart 2000. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde dat zonder staandehouding de verklaring van de verbalisant niet op waarheid kan worden getoetst, en dat de sanctie daarom onterecht is.

Het hof overwoog dat volgens artikel 5 WAHV Pro de sanctie aan de kentekenhouder wordt opgelegd indien niet direct is vastgesteld wie de bestuurder was, tenzij er een reële mogelijkheid tot staandehouding was. Uit het aanvullend proces-verbaal bleek dat de verbalisant in een onopvallende auto reed en niet in uniform was, en dat de constatering plaatsvond tijdens het inhalen van twee auto's, waardoor staandehouding niet mogelijk was.

De betrokkene kan de waarneming van de verbalisant niet controleren, maar dit leidt niet tot twijfel aan de juistheid van diens waarneming. De sanctie is dan ook terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van 240 gulden aan de kentekenhouder wegens gebruik van een verdrijvingsvlak.

Uitspraak

WAHV 01/00162
19 september 2001
CJIB 33267489
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Leeuwarden
van 8 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] te Leeuwarden.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Binnen de beroepstermijn heeft de gemachtigde het beroepschrift aangevuld bij brief van 17 april 2001.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend met als bijlage een aanvullend proces-verbaal.
De gemachtigde heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,-- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 22 maart 2000 op de Rijksstraatweg in de gemeente Franekeradeel.
3.2. Namens de betrokkene wordt - naar het hof begrijpt - het volgende aangevoerd. Nu de betrokkene niet is staande gehouden, kan hetgeen de verbalisant heeft gerelateerd in zijn ambtsedig proces-verbaal niet op waarheidsgehalte worden gecontroleerd. Derhalve berust het opleggen van de sanctie louter op de verklaring van één getuige te weten de verbalisant. Deze omstandigheid dient te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking.
3.3. Art. 5 WAHV Pro bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd (HR 1 februari 2000, 1055-98-V).
3.4. Een aanvullend proces-verbaal d.d. 13 juli 2000, op ambtseed opgemaakt door E. van der Mei, hoofdagent van politie, team Grou, politie regio Friesland, houdt als relaas van de verbalisant in, dat hij ten tijde van het constateren van de gedraging reed in een onopvallende auto en niet in uniform gekleed was. Nu blijkens de toelichting van de verbalisant op de gedraging deze werd geconstateerd terwijl de bestuurder twee auto's inhaalde, is aannemelijk dat zich voor de verbalisant geen reële mogelijkheid voordeed de bestuurder staande te houden. De door de gemachtigde aangevoerde omstandigheid, dat de verbalisant zich had kunnen legitimeren, doet hieraan niet af, omdat de verbalisant daartoe pas had kunnen overgaan nadat hij de bestuurder tot stoppen had gedwongen.
3.5. De enkele omstandigheid dat de betrokkene bij gebreke van staande houden niet weet of de gedraging is begaan staat reeds daarom niet aan de inleidende beschikking in de weg, omdat de beschikking niet aan de betrokkene is opgelegd in zijn hoedanigheid van bestuurder maar in zijn hoedanigheid van kentekenhouder. Weliswaar kan de betrokkene de waarneming van de verbalisant door zijn gebrek aan wetenschap niet op juistheid controleren, maar dit leidt niet tot twijfel aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant. Daarom brengt genoemde omstandigheid niet mee, dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd.
3.6. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de beslissing van de kantonrechter kan worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.