ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7862
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Kalsbeek
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging administratieve sanctie kentekenhouder wegens gebruik verdrijvingsvlak
De betrokkene, als kentekenhouder, kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak op 22 maart 2000. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde dat zonder staandehouding de verklaring van de verbalisant niet op waarheid kan worden getoetst, en dat de sanctie daarom onterecht is.
Het hof overwoog dat volgens artikel 5 WAHV Pro de sanctie aan de kentekenhouder wordt opgelegd indien niet direct is vastgesteld wie de bestuurder was, tenzij er een reële mogelijkheid tot staandehouding was. Uit het aanvullend proces-verbaal bleek dat de verbalisant in een onopvallende auto reed en niet in uniform was, en dat de constatering plaatsvond tijdens het inhalen van twee auto's, waardoor staandehouding niet mogelijk was.
De betrokkene kan de waarneming van de verbalisant niet controleren, maar dit leidt niet tot twijfel aan de juistheid van diens waarneming. De sanctie is dan ook terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van 240 gulden aan de kentekenhouder wegens gebruik van een verdrijvingsvlak.