ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8128

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
31 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00201
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie voor door rood rijden ondanks bijzondere omstandigheden

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden wegens het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 28 juni 2000 in Voorburg. Hij erkende de overtreding, maar voerde als verzachtende omstandigheid aan dat hij zich met spoed naar het ziekenhuis begaf vanwege een ernstig ziek familielid.

Het hof overwoog dat hoewel de persoonlijke omstandigheden begrijpelijk zijn, deze niet voldoende zijn om de sanctie te matigen of onterecht te achten. Artikel 68 van Pro het RVV 1990 heeft als doel de verkeersveiligheid te waarborgen, en het niet naleven daarvan brengt ernstige gevaren met zich mee.

Daarom oordeelde het hof dat de opgelegde sanctie terecht is en bevestigde het de eerdere beslissing van de kantonrechter, die het beroep van de betrokkene ongegrond had verklaard.

Uitkomst: De administratieve sanctie van 180 gulden voor het door rood rijden wordt bevestigd ondanks de aangevoerde bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

WAHV 01/00201
31 oktober 2001
CJIB 35899751
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 12 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 180,00 opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 28 juni 2000 op de kruising Pr. Bernhardlaan / Sint Martinuslaan in de gemeente Voorburg.
3.2. De betrokkene betwist in zijn beroepschrift niet, dat hij de gedraging heeft verricht. Wel is hij van oordeel, dat de opgelegde administratieve sanctie in het onderhavige geval zou moeten worden herzien, nu sprake is van bijzondere omstandigheden. De betrokkene voert daartoe aan - zakelijk weergegeven -, dat op de avond waarop de gedraging werd verricht, hij net te horen had gekregen dat er een familielid die was opgenomen in het (naam-)ziekenhuis met spoed naar de hartbewaking was overgebracht. Bij voornoemd familielid zou sprake zijn van een hartinfarct met meerdere complicaties, en het leek dan ook een aflopende zaak te zijn. Dit is er de reden van geweest, dat de betrokkene zich direct en met spoed naar het ziekenhuis heeft begeven, op de weg waar naar toe hij (onder meer) de onderhavige gedraging heeft verricht.
3.3. Uitgaande van de juistheid van de door de betrokkene in zijn beroepschrift aangevoerde omstandigheden, overweegt het hof omtrent dit verweer het navolgende.
3.4. Het hof is van oordeel, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden niet van dien aard zijn, dat zij het opleggen van de bewuste administratieve sanctie niet billijken noch dat de sanctie had behoren te worden gematigd. De - in het onderhavige geval van toepassing zijnde - bepaling van artikel 68 RVV Pro 1990 heeft immers als doel om de veiligheid in het verkeer te waarborgen. De betrokkene heeft, door zich niet aan deze bepaling te houden, deze ernstig in gevaar gebracht. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden zijn voorts niet van dien aard, dat zij een dergelijke gevaarzetting rechtvaardigen.
3.5. Het voorgaande brengt mede, dat aan de betrokkene terecht een administratieve sanctie is opgelegd, zodat de kantonrechter terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Derhalve dient beslist te worden als volgt.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Jongeling als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.