ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8542
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel WAHV
De betrokkene heeft verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat het verzetschrift niet tijdig was ingediend en de vereiste stukken ontbraken.
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Leeuwarden beoordeeld of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Volgens art. 26, derde lid, WAHV moet het verzetschrift binnen twee weken na betekening van het dwangbevel worden ingediend bij het kantongerecht en dienen het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening te worden overgelegd.
Het hof constateerde dat het verzetschrift op 18 juli 2000 was ontvangen, maar dat de bijbehorende stukken ontbraken. Gezien het bepaalde in art. 26, vijfde lid, WAHV gaf het hof betrokkene de gelegenheid om deze stukken alsnog binnen twee weken aan te leveren.
De beschikking werd uitgesproken door mr Vellinga in aanwezigheid van mr Vlietstra als griffier tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: Betrokkene krijgt gelegenheid om ontbrekende stukken binnen twee weken aan te leveren ter ontvankelijkheid van het hoger beroep.