ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8705
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor gedeeltelijk gebruik verdrijvingsvlak als bestuurder
Betrokkene werd door de officier van justitie een administratieve sanctie van 240 gulden opgelegd wegens het als bestuurder gebruiken van een verdrijvingsvlak op 15 april 1999 op een verbindingsweg in Breda. Tegen deze sanctie stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
Betrokkene voerde aan dat hem geen cautie was gegeven, terwijl dit volgens internationaal recht verplicht zou zijn. Het hof oordeelde dat de Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) geen verplichting tot het geven van een zwijgrecht bevat en dat ook internationaal recht dit niet voorschrijft. Verder betwijfelde betrokkene de nauwkeurigheid van de waarnemingen van de verbalisanten en stelde hij dat videobeelden als bewijs waren vernietigd.
Het hof stelde vast dat betrokkene bij de staandehouding en in het beroepschrift zelf had erkend het verdrijvingsvlak gedeeltelijk te hebben gebruikt. Dit was voldoende bewijs voor het hof om de overtreding vast te stellen. De bezwaren over de wijze van waarneming en het ontbreken van videobewijs konden hieraan niet afdoen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om een kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van 240 gulden voor het gedeeltelijk gebruik van het verdrijvingsvlak en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.