ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9033

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00289
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 20d WAHVArt. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestuurlijke boete wegens twijfel over bestuurder bij snelheidsovertreding

Betrokkene werd administratief beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid op de Rijksweg A79 op 23 februari 2000. Hij stelde dat niet hij, maar zijn echtgenote de bestuurder was van het voertuig waarmee de overtreding was begaan. Tevens voerde hij aan dat hij op hetzelfde moment in Apeldoorn werd staandegehouden met een ander voertuig.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Het hof nam kennis van stukken waaronder verklaringen van getuigen die bevestigden dat betrokkene op het moment van de overtreding elders was.

De advocaat-generaal stelde dat de echtgenote bestuurder was, maar reageerde niet op de nadere toelichting van betrokkene. Het hof oordeelde dat er voldoende twijfel bestond over de identiteit van de bestuurder en dat niet vaststond dat betrokkene de overtreding had begaan.

Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de opgelegde administratieve sanctie. Het door betrokkene gestelde bedrag aan zekerheid werd aan hem gerestitueerd.

Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene de snelheidsovertreding heeft begaan.

Uitspraak

WAHV 01/00289
19 december 2001
CJIB 32380929
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Maastricht
van 25 april 2001
betreffende
[betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 220,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 23 februari 2000, om 12.43 uur op de Rijksweg A79 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, met een voertuig met het kenteken [nummer]. De bestuurder van dat voertuig is blijkens het zaakoverzicht staandegehouden.
3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Daartoe stelt de betrokkene dat hij niet degene is geweest die het betreffende voertuig heeft bestuurd en dat het kenteken van het voertuig hem niet bekend is. Tevens stelt de betrokkene dat hij op nagenoeg hetzelfde moment als waarop de onderhavige inleidende beschikking betrekking heeft, te weten op 23 februari 2001 om 11.46 uur, is staandegehouden in de gemeente Apeldoorn ter zake van een tweetal gedragingen, waarbij hij optrad als bestuurder van een voertuig met het kenteken [kentekennummer]. Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft de betrokkene een stuk overgelegd.
3.3. Een brief van het CJIB van 13 juni 2001 aan de betrokkene houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
Beschikkingnummer : 32996290 (staandehouding)
Pleegdatum + tijd : 23 februari 2000, 11.46 uur
Pleegplaats/gemeente : Apeldoorn
Naam : [betrokkene]
Geboortedatum : [geboortedatum]
Kenteken : [kentekennummer]
Beschikkingnummer : 32381449 (staandehouding)
Pleegdatum + tijd : 23 februari 2000, 11.46 uur
Pleegplaats/gemeente : Apeldoorn
Naam : [betrokkene]
Geboortedatum : [geboortedatum]
Kenteken : [kentekennummer]
Beschikkingnummer : 32380929 (staandehouding)
Pleegdatum + tijd : 23 februari 2000, 12.43 uur
Pleegplaats/gemeente : Valkenburg
Naam : [betrokkene]
Geboortedatum : [geboortedatum]
Kenteken : [nummer]
3.4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de personalia van de bestuurder die met betrekking tot de onderhavige gedraging is staandegehouden, zijn gecontroleerd aan de hand van het rijbewijs.
3.5. De advocaat-generaal heeft - zonder een nader proces-verbaal te hebben doen opmaken - zich op het standpunt gesteld dat niet de betrokkene maar zijn echtgenote op 23 februari 2000 kennelijk bestuurder is geweest van het voertuig met het kentekenen [kentekennummer] waarmee de gedragingen in Apeldoorn zijn verricht.
3.6. De betrokkene heeft in reactie op het standpunt van de advocaat-generaal gesteld dat niet zijn echtgenote, maar hijzelf op 23 februari 2000 te Apeldoorn is staandegehouden. Ter staving daarvan heeft de betrokkene de navolgende stukken overgelegd.
- Een brief van 5 juli 2001, ondertekend door [getuige] inhoudende - zakelijk weergegeven -: Hierbij verklaar ik dat de heer [betrokkene] voor mij op 23 februari 2000 paarden heeft weggebracht met zijn eigen auto naar Borculo.
- Een ongedateerde brief, ondertekend door [getuige] gevestigd te Genemuiden, inhoudende - zakelijk weergegeven -: Hierbij bevestig ik dat mevrouw [echtgenote van betrokkene]s.
3.7. Van de zijde van de advocaat-generaal is hierop niet gereageerd.
3.8. Op grond van het vorenoverwogene rijst zoveel twijfel aan de juistheid van de inleidende beschikking, met name voor wat betreft de identiteit van de persoon die daarin als betrokkene is aangeduid, dat naar de overtuiging van het hof niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.9. De bestreden beslissing, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking dienen te worden vernietigd en het bedrag dat de betrokkene aan zekerheid heeft gesteld dient aan hem te worden terugbetaald.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 15 augustus 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 32380929 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV Pro tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van
fl 220,-- , door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.