ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9156
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Recht op vertaling van processtukken voor niet-Nederlandstalige betrokkene in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure ging het hoger beroep van een betrokkene tegen een beslissing van de kantonrechter Utrecht over een verkeersboete. De betrokkene, die de Nederlandse taal niet voldoende machtig was, verzocht om een schriftelijke vertaling van het verweerschrift van de advocaat-generaal.
Het hof overwoog dat noch de WAHV noch andere toepasselijke wetgeving een regeling bevat voor vertaling van processtukken, maar dat op grond van artikel 6 EVRM Pro het recht op kosteloze bijstand van een tolk ook geldt voor schriftelijke stukken die noodzakelijk zijn voor een eerlijk proces. Het hof verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die dit bevestigt.
Het hof concludeerde dat de betrokkene recht heeft op een schriftelijke vertaling door een beëdigd vertaler van de door hem aan te wijzen processtukken, te verstrekken door het bestuursorgaan dat de sanctie oplegt of handhaaft, hier de advocaat-generaal. Een korte inhoudsweergave kan volstaan indien de betrokkene daardoor niet wordt geschaad, maar in deze zaak was dat niet het geval. Het hof droeg de advocaat-generaal op binnen twee maanden een vertaling te verzorgen en stelde een termijn voor nadere toelichting en reactie vast.
Uitkomst: De advocaat-generaal wordt opgedragen een schriftelijke vertaling van het verweerschrift te laten vervaardigen en in het geding te brengen.