ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9160

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
17 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00165
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor het volgen van verkeerde voorsorteerstrook ondanks verkeersveiligheid

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het volgen van een andere richting dan de voorsorteerstrook aangaf op 15 januari 2000 in Eindhoven. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond na de verklaring van de verbalisant die getuigde dat de betrokkene met zijn voertuig de rijstrook voor linksafgaand verkeer passeerde en rechtdoor reed.

De betrokkene voerde aan dat hij slechts één auto rechtsaf passeerde zonder gevaar te veroorzaken. Het hof oordeelde dat dit geen twijfel zaaide over de verklaring van de verbalisant en dat de wet geen uitzondering maakt op het gebod van art. 78 RVV Pro 1990, ook niet als er geen gevaar werd veroorzaakt.

Verder werd het bezwaar afgewezen dat de echtgenote van de betrokkene niet mocht spreken, omdat zij niet als getuige was voorgedragen en er geen verzoek was gedaan haar als getuige te horen in hoger beroep.

Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de opgelegde sanctie.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van 180 gulden voor het volgen van een andere richting dan de voorsorteerstrook voorschrijft.

Uitspraak

WAHV 01/00165
17 oktober 2001
CJIB 31483819
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Eindhoven
van 23 januari 2001
betreffende
[betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "andere richting volgen dan voorsorteerstrook-richting", welke gedraging zou zijn verricht op 15 januari 2000 op de Antoon Coolenlaan in de gemeente Eindhoven.
3.2. Ter terechtzitting van de kantonrechter is de verbalisant als getuige onder ede gehoord. Deze heeft verklaard dat de betrokkene, toen het verkeerslicht groen werd, met zijn voertuig in één vloeiende beweging de voor rechtsaf en rechtdoor opgestelde auto's over de rijstrook voor linksafgaand verkeer voorbij is gereden, en dat de betrokkene vervolgens zijn weg rechtdoor heeft vervolgd. Op grond van deze verklaring heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
3.3. De betrokkene stelt, dat hem ten onrechte een sanctie is opgelegd. Hij voert daartoe aan dat er maar één auto voor hem stond die rechtsaf sloeg en welke hij dan schuin maar zonder gevaar te veroorzaken voorbij is gereden.
3.4. In aanmerking nemende dat de betrokkene in essentie erkent de gedraging te hebben verricht, roept hetgeen de betrokkene overigens aanvoert geen twijfel op aan de juistheid van de verklaring van de ter zitting van de kantonrechter onder ede gehoorde getuige. Derhalve heeft de kantonrechter op goede gronden aangenomen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De omstandigheid dat de betrokkene de gedraging zou hebben verricht zonder gevaar te veroorzaken staat daaraan niet in de weg. De wet maakt immers geen uitzondering op het in art. 78 RVV Pro 1990 gegeven gebod de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop de bestuurder zich bevindt aangeeft voor het geval de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht.
3.5. Anders dan de betrokkene wil, is het gelet op de verklaring van de verbalisant dat hij ten tijde van het constateren van de gedraging in burger was en met zijn eigen auto, aannemelijk dat zich voor hem geen reële mogelijkheid voordeed tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig waarmee de geconstateerde gedraging werd verricht.
3.6. Tenslotte klaagt de betrokkene er over, dat zijn echtgenote die ten tijde van de gedraging als passagier meereed in het door de betrokkene bestuurde voertuig ter zitting van de kantonrechter het woord niet mocht voeren. Nu de betrokkene niet stelt dat hij zijn echtgenote als getuige wilde doen horen, hij niet aangeeft of en wat zij ten aanzien van de onderhavige gedraging had kunnen verklaren, en hij - hoewel hij door het hof op die mogelijkheid is gewezen - in hoger beroep geen zitting heeft verzocht teneinde zijn echtgenote als getuige ter zitting in hoger beroep mee te brengen om haar als getuige door het hof te doen horen, dient aan deze klacht voorbij te worden gegaan.
3.7. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de bestreden beslissing kan worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman enVan Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.