ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0096

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
10 januari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00328
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 6 EVRMArt. 14 IVBPR
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV

In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter Arnhem die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet binnen de gestelde termijn stellen van zekerheid voor betaling. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de zekerheidstelling in strijd zou zijn met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in het EVRM en het IVBPR.

Het gerechtshof overwoog dat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in principe niet mag leiden tot belemmering van de toegang tot de rechter. Aangezien de gemachtigde niet aannemelijk had gemaakt dat in dit geval de toegang tot de rechter daadwerkelijk werd belemmerd, werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd.

Het arrest werd gewezen door vice-president Vellinga en uitgesproken tijdens de openbare zitting van 10 januari 2001. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring in stand en wordt het beroep van betrokkene afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00328
10 januari 2001
CJIB 28595027
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Arnhem
van 30 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaatsnaam]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[gemachtigde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie.
3.2. De gemachtigde voert aan, zakelijk weergegeven, dat de in artikel 11 WAHV Pro bepaalde zekerheidstelling in strijd is met artikel 6, eerste lid, EVRM en artikel 14, eerste lid, IVBPR.
3.3. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 juni 1994, NJ 1994, 657 heeft geoordeeld, dient ervan te worden uitgegaan dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter. Nu door de gemachtigde niet is aangevoerd dat en waarom in zijn geval de toegang tot de rechter belemmerd wordt, dient de beslissing waarvan beroep te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2001.